ralphp.nl

Zeven

Woensdag werd Sophie zeven jaar. Op dinsdag kwam ze naar me toe. ‘Pap,’ zei ze. ‘Ik heb vlindertjes in mijn buik.’ Ja, ze kan het mooi vertellen. Sophie neemt graag de wereld om zich heen zwijgend in zich op, om dan even naar het plafond te kijken en er woorden aan te geven. Daar durft ze de tijd voor te nemen. Ze kwam eens uit school en zei: ‘Juf wilde wat meer op mij lijken, want ze is zelf zo druk.’ Soms gaat het Sophie allemaal te snel. Dan wil ze haar verhaal vertellen en is haar zus weer eens sneller en dan gaat ze van stilstaand naar kokend water in minder dan een seconde en stampt ze een gat in de grond. ‘Ook! Naar! Mij! Luisteren!’ En dan glimlachen we en luisteren we ook naar haar.

Woensdag werd Sophie zeven jaar. Ik ben co-ouder. Ik moest haar door de telefoon feliciteren. Stomme papa. Laatst vroeg ze me wanneer ik weer met mama ging trouwen. Dat we ooit samen in één huis woonden, weet ze alleen van foto’s. Ze was twee. Ook haar overtuiging dat ze met mij én met mama gaat trouwen slijt nog maar nauwelijks. ‘Dan moeten jullie bij mij wonen!’ Woensdag werd ze zeven en dus belde ik haar en ze vertelde over de kaptafel die ze had gekregen en dat ze de klassen was rondgegaan en dat haar zus derde was geworden bij de scholierenveldloop: ‘maar dat wilde Lotte zelf vertellen dus doe maar alsof je dat nog niet weet.’ Daarna zei ze doei want ze moest weer verder met haar make-up.

Donderdag vierde Sophie haar kinderfeestje. De tafelschikking bij het taart eten en cadeautjes geven gaf wat problemen. De meisjes vonden allemaal dat ze Sophie’s hartsvriendin waren en vroegen haar of zij dat ook vond. Sophie keek een tel glunderend voor zich uit maar wist niets te zeggen. Zo’n moment waarin ouders iets extra’s herkennen, dus haar moeder en ik keken elkaar even aan. Dat het goed was. Dat we een fijn kind hebben. Daarna kwamen de cadeaus, werd er geschilderd en op tafel gestaan. In bomen geklommen en pizza gemaakt, disco gedanst in perfecte Kinderen voor Kinderen choreografieën en Sophie had minstens zes keer de slappe lach.

Donderdag toen alle kinderen weg waren en het huis weer was opgeruimd, trok ik mijn jas aan want ik moest weer naar mijn eigen huis. Ik vroeg aan Sophie of ze genoten had. Ze haalde diep adem en rende in mijn armen: ‘Pappie, ik vind je zo lief!’

Eigenlijk was dat mijn tekst.

About the author

Comments are closed.