ralphp.nl

Whatsapp telt niet

We zaten op de bank en de jongste was met haar telefoon bezig. Ze giechelde, keek nog eens extra naar haar telefoon, en giechelde weer. Toen driftig typen, even wachten, en weer dat gegiechel. Nou is dat appen en facetimen en dat netflix-musically-youtube-snapchatgebeuren tegenwoordig dagelijkse kost, maar het was voor het eerst dat ze me haar telefoon liet zien: kijk nou! Het waren berichtjes in whatsapp. Iemand, een jongen, had haar een link gestuurd naar een zoetsappig boybandliedje, met daaronder de tekst: dit is wat ik voor je voel. En of ze verkering wilde.

Het was het gemak en de vertrouwdheid waarmee ze dit met me deelde die me trof. Toen ik elf was, zoals zij nu, werd ik eens gebeld door een klasgenootje, dat me verkering vroeg, waarop ik beschaamd en verlegen nee zei, de verbinding verbrak en naar mijn kamer rende en hoopte dat niemand en vooral mijn ouders niet me ooit zou vragen waar dat nou weer over ging. Het koste mij mijn hele puberteit om aan die schaamte en verlegenheid te ontsnappen, ellende die de jongste nu al voorbij is, of gewoon niet in zich heeft, voor haar weer andere uitdagingen.

Ik keek naar de foto van de afzender. ‘Is dat ehh…?’ Met die ‘ehh’ bedoelde ik: die soms wat explosieve jongen.
Ze knikte, ja, dat was ehh. Ze zei dat ze het raar vond dat veel kinderen niet door hadden dat hij EIGENLIJK heel aardig was.
‘Dus je vindt hem ook leuk?’
Ze knikte.
‘Dus wat ga je antwoorden?’ vroeg ik.
Ze haalde laconiek haar schouders op. ‘Oh, gewoon, dat hij het maar moet vragen als hij me ziet. Op whatsapp telt niet vind ik.’
Ze legde haar telefoon weg en voor zover ik het kon inschatten, dacht ze er geen seconde meer over na. Ze maakte me tenminste stevig in met yahtzee.

De volgende dag vroeg ik haar na school of hij het gevraagd had.
‘Huh?’ zei ze.
‘Die jongen.’
‘Welke jongen?’
‘DIE JONGEN VAN HET APPJE GISTEREN!’
‘Oooh die. Nee natuurlijk niet, dat durft hij niet. Wist ik al.’
‘En nu?’
‘Huh?’
‘Laat maar.’
‘Okee. Wat eten we?’

Ik keek nog even goed naar haar. Haar glimlachje verraadde iets, maar ik wist niet wat en dat was voor het eerst. Meer dan wie ook kon ik haar altijd lezen, haar gedachten, haar wensen en haar humeur, en nu niet meer. Blijkbaar had ze toen ik de afgelopen tijd even de andere kant op keek de vrije ruimte opgezocht, en daar een plekje gevonden waar ik net iets minder goed bij kon. Een eigen plek. Goed van haar.

Ik gaf haar een knipoog, want alles goed en wel, zo lang de puberteit nog moet beginnen hou ik de illusie van de alwetende vader graag in stand.

About the author

Comments are closed.