Een man en een vrouw stapten de coupĂ© in. Vader en dochter, dacht ik even, maar toen zag ik dat de man naar de billen van de vrouw keek. De man wachtte tot de vrouw een plekje koos. âHier dan maar,â zei de vrouw, half tegen zichzelf, half tegen de man. De man koos het plekje naast haar, maar aan de andere kant van het gangpad. Ik zag hem aarzelen. Ik dacht aan het kleine gesprekje dat ze ongetwijfeld op het perron hadden gehad. Ik zag hem zoeken naar een vervolg.
De vrouw graaide in haar handtas. De man wachtte tot ze weer rechtop zat en wees op de krant en zei iets tegen de vrouw.
âJa, die jurkjes,â zei de vrouw, en ze ritste haar make-uptasje open.
âWat vind je daar nou van?â vroeg de man. Sommige mensen hebben het vermogen om het verloop van een gesprek te bepalen. Deze man was niet zo iemand. Hij wachtte met een groot vraagteken boven zijn hoofd op de kruimels die de vrouw hem toe zou werpen.
De vrouw vond wel iets van de Bavariajurkjes. Ze vond het asociaal en belachelijk. De man keek naar de mooie blonde vrouwen op de krantenfoto. âHet zijn toch wel lieve meisjes,â probeerde hij.
De vrouw had het niet over de meisjes. Ze had het over sponsoring, guerrillamarketing en dat Bavaria dat niet kon maken. Ze sprak met de licht arrogante ondertoon van iemand die vindt dat ze heel veel weet. Maar argumenten hoorde ik niet. Wel begonnen veel van haar zinnen met âik vindâŠâ
Er viel een stilte. Ik zag de man zoeken. Hij bracht het gesprek weer op de meisjes. Op de sexy jurkjes. Een oudere man die vastbesloten is te laten zien dat hij nog meetelt. De gemiddelde man vindt het fijn om met een mooie vrouw te praten. De gemiddelde man vindt het net zo fijn om Ăłver mooie vrouwen te praten. Veel mannen maken de fout die twee te combineren. Deze man was zoân man. Dat gaat alleen goed als de vrouw de man ziet zitten. Deze vrouw was niet zoân vrouw. Maar deze vrouw hoorde zichzelf wel graag praten.
âLaten we wel wezenâŠâ zei de vrouw.
Iedereen weet: het is beter om niet te luisteren naar zinnen die worden uitgesproken na de woorden âlaten we wel wezenâ. De vrouw sprak veel zinnen. De man bleef naar de foto kijken. Ik keek naar buiten. Na een paar minuten beĂ«indigde de vrouw haar monoloog met de woorden: âIk ben juriste dus ik weet daar meer van.â
De man veerde op. Hij glimlachte scheef en sprak toen de legendarische woorden: âMaar zoân jurkje zou jou ook wel staan, denk ik.â
maarten
2 maanden geleden
Bijna net zo goed op deze plek als ‘u kijkt zo lief’