Vijf jaar

Geplaatst op 26.10.09

6


Lieve pap

Nu, vijf jaar na die nacht, ben je dichter bij me dan ooit. Je praat met me als ik slaap. Je praat met me als ik wakker ben. Soms in beelden, soms in woorden. Je hebt je kanalen gevonden. Ik praat terug nu, omdat ik dat nu durf, en we zijn aan elkaar gewaagd. Ik durf je weer terecht te wijzen met milde spot en merk dat je dat lachje nog niet kwijt bent, en dat eindeloze incasseringsvermogen. Ik ben blij dat je er weer bent, pap, want ik ben al die jaren bang geweest. Bang om voor gek versleten te worden, om mijn dromen en om mijn gesprekken, maar ook bang voor je oordeel. Dat was natuurlijk mijn eigen oordeel. Het is niet snel goed in mijn ogen.

Mijn ogen zijn veranderd.

Ik zie mezelf in mededogen, nu. Dat is een begin. Daardoor zullen mijn ogen iets meer staan als die van jou. Dat moet haast wel. Want ik lijk op je, dat durf ik nu te zeggen. Ik zie weleens iemand lopen die op je lijkt. Dat is altijd een mannetje, want dat was jij, een mannetje. Klein, licht, grijs en twinkelend. Zo een die niet uit de klei was getrokken, maar er op neer was gezet, voorzichtig, tussen duim en wijsvinger, tot je voeten net aan de grond raakten. De zware grond trok aan je, maar kreeg geen houvast.

Je leek altijd een beetje te zweven. En daardoor kon je met meer lichtheid kijken naar de mensen om je heen. Ook naar mij. Ik denk dat ik dat even vergeten was, de afgelopen vijf jaar. Ik voelde dat je mee keek, en ik dacht dat je oordeelde. Maar nu weet ik het weer. Je oordeelde niet zo snel. Ik weet ook dat je nog steeds veel te vertellen hebt. Dat je het liefste nog elke dag even met de knokkel van je wijsvinger op de houten tafel klopt, om te vertellen hoe het allemaal zit. Dat je nu dood bent, verandert daar niets aan. Het maakt alleen dat je nĂłg iets meer overtuigd bent van je gelijk: ‘Ja, hállo, wie is hier nu dood, en heeft het overzicht?’ Ik hoor het je zeggen. Maar ik hoor je ook andere dingen zeggen. Zachtere dingen. Dingen die er toe doen in een mensenleven. Je hebt je om mij nooit veel zorgen gemaakt, zei je eens, toen je nog leefde. En dat zeg je nu nog steeds. Eindelijk voel ik het.

Ik heb mijn weg gevonden. Opnieuw. Ik blijf hem vinden. Steeds weer. Want elke dag is nieuw en niets blijft hetzelfde.

We hebben vanavond mama’s befaamde goulash gegeten. Er was weer veel te veel en het was weer veel te heet. Je vier kleindochters maakten veel lawaai en mama had alles strak in de hand, tot de gezichtjes in de yoghurt aan toe. Het gaat goed met haar, pap, echt goed. Je zult daarboven wel trots op haar zijn. Ik ben het hier beneden in ieder geval wel.

Ik wil je bedanken pap. Voor die zetjes in de goede richting. Zoals je ooit in je hemelsblauwe windjack in het schrale schijnsel van oude lichtmasten mij en veertien andere pubers leerde hoe het mooie voetbalspel gespeeld moest worden, zo duw je me nu richting mezelf, fluister je: je weet het wel. Hoe je dat doet, dat weet ik niet. Maar het klopt. Ik weet het wel. En ik durf het steeds meer.

Ik heb zojuist warme chocolademelk gemaakt. Zoals jij dat altijd voor ons deed. Echte cacao en iets te veel suiker. En melk uit een steelpannetje. Het lukte ook mij niet om het vliesje in de pan te houden. Ik zag ‘m in de beker floepen en ik glimlachte. ‘Barst’, zei je dan altijd. En je nam de beker met het vliesje zelf. Dat doe ik nu ook. Ik neem het vliesje en ik neem de warmte. De warmte van je mededogen.

In liefde,

Ralph

Zegt het voort:
  • email
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Digg
  • Print