ralphp.nl

Vier dingen over onze vakantie

1.
Lotte vroeg of we weer gingen kamperen met Estivant. Estivant organiseert kampeervakanties voor alleenstaande ouders en hun kinderen. We gingen al vaker. De kinderen vinden dat fijn, en ook ik vind het prettig om te weten waar ik terecht kom. Ik ben niet zo’n avonturier. Dat is niet modieus om te zeggen, ik weet het, maar het is zo. Wat me het meest bevalt aan Estivant is dat ik ons alle drie een prettige week bezorg, zonder dat ik elke dag hoef na te denken welke leuke dingen we nu weer moeten ondernemen.
Estivant staat ver van mensen af en de reacties zijn voorspelbaar. Al die vrijgezellen in die tenten en de hormonen en nou ja, je snapt het verder wel, maar zo’n vakantie is het niet. Niet dat het verboden is, het is net het echte leven, ik kom daar verderop in dit stukje op terug, het is alleen… Ach je snapt me wel. Ook zijn er veel mensen die niet houden van verplicht gezellig doen met elkaar. Ik ben zelf ook een van die mensen. Ik kan goed alleen zijn, maar als ik eerlijk ben heb ik dat sinds mijn verhuizing naar Haarlem vaak gebruikt als excuus. Ik bén vaak alleen. Dat is iets anders. Liever ben ik onder de mensen. Bij Estivant gaat dat vanzelf.

2.
Het is leuk om trots te zijn op je kinderen. Dat je denkt: wat zijn ze toch goed gelukt. Het is ook alsof ze ergens in het afgelopen half jaar hadden afgesproken om te stoppen met het gedoe. Dat begon al voor vertrek, toen ze zonder morren hun veel te kleine koffer vulden met kleding én al het andere wat ze nodig dachten te hebben. Lotte regelde alles onderweg. Sneller dan ik weet ze zich te oriënteren op vliegvelden en parkeerplaatsen vol huurauto’s en eigenlijk overal waar ik het soms het even niet weet. Sophie hield in de gaten of ik het nog een beetje leuk vond allemaal. Op de camping wilden ze liever naar het zwembad met de luide muziek dan naar het strand, en dat liet ik maar zo. Ze maakten snel vriendinnen en kleine kinderen werden hun fans waarmee ze geduldig Uno speelden, en ze gingen zonder morren mee naar een antiek dorpje. Daar zeurden ze niet om een ijsje, maar ze kregen er wel een. Oh, en Lotte vroeg of ze naar de disco mocht. ‘Het begint om half twaalf al.’ Die had ik niet zien aankomen.

3.
Op donderdag was er voor de kinderen een spooktocht in het donkere bos naast het strand. Ik was een van de spoken. Samen met een van de moeders moest ik me langs de route schuil houden. We gingen verkleed en geschminkt onder een struik zitten wachten tot de kinderen kwamen. Dat duurde lang maar ik zat daar graag, met haar. Na zo’n drie kwartier hoorden we spook één brullen bij de ingang van het bos, naar later bleek per ongeluk naar een groep Italianen die dat niet zo konden waarderen. Nog weer twintig minuten later brulde hij weer, en herkende ik de stemmen van Lotte en Sophie in het gegil. Van de moeder en mij schrokken ze al een stuk minder.
De volgende dag dacht ik steeds aan de moeder onder de struik en dat bleef ik doen, ook thuis, ook nu nog. De moeder had een vriend in Nederland, dus het bleef bij denken en het was goed om weer eens iemand zó leuk te vinden, een staat van zijn die ik vergeten was. Het herinnerde me er aan dat ik voor minder niet mag gaan.

4.
Terug in Haarlem renden Lotte en Sophie meteen naar boven, waar ze de rest van de middag druk waren. Ik plofte beneden op de bank. De dag erna bracht ik ze naar hun moeder. Ik heb normaal gesproken niet zo veel last van ontwenningsverschijnselen en ik denk ook niet dat het dat was. Er kneep wel iets, en wat ik de laatste tijd wel vaker heb, er kwam iets van verdriet bij, verdriet dat ik niet kon thuis brengen en eenvoudig weg zuchtte. Ik deed wat was en keek wat tv. De zon scheen heel hard, dus ik moest eigenlijk leuke dingen doen. Met mensen. Dat deed ik niet.

About the author

Comments are closed.