ralphp.nl

Stomme vraag

Sophie verveelde zich al minstens vijftien seconden. Dat maakte haar boos. Ze zakte met een zucht op de grond voor me en keek me verongelijkt aan: ‘Van jou moet ik me zeker weer gaan vervelen?’

Vaders die alles altijd verpesten, ik zag haar gedachten snel die kant op kruipen, maar er speelde ook een vage glimlach om haar mond, waarvan ik wist dat ze die haatte, omdat hij verraadde dat ze haar boosheid niet helemaal rond kreeg in haar hoofd.

Ik ben altijd blij met zo’n glimlach, want als die er niet is, moet ik vaak diep graven naar de juiste reactie. Ik mis het vermogen van veel andere ouders om automatisch het juiste te doen of te zeggen en er daarna niet te lang bij stil te blijven staan. Mijn automatisch antwoord is er meestal een uit gemak, om ergens af te zijn, of ik val terug op de antwoorden die ik kreeg van mijn eigen vader en moeder. Meestal improviseer ik.

Sommige dingen raken me meer dan nodig is. In die gevallen weet ik dat het eigenlijk over mij gaat, en niet over hen. Alleen is dat niet altijd waar. Ook weet ik dat ik het beter kan, meestal, en dat ik het beter zou doen als ik maar beter mijn best deed om ze te begrijpen, of als ik maar duidelijker zou zijn. Maar wat dan, en waarover dan?

Ja, ik over-denk de dingen en de invloed van mijn reacties misschien, maar misschien ook niet, er is zo veel, er gebeurt zo veel, elke dag, ook als ze er niet zijn, en zie je, daar ga ik al.

Goed. Verveling is niet het lastigste probleem dat een kind voor een ouder neer kan leggen. Verveling is simpel: het waren niet de vijftien seconden die haar dwars zaten, maar de ontelbare saaie uren die er volgens haar nu aan zaten te komen.

Ik vroeg haar of ze zich ooit heel lang had verveeld. Dat vond ze een stomme vraag, en ik denk dat ze me dankbaar was toen ik zei dat ik in ieder geval geen zin had in geklaag, want daarmee had ik haar iets gegeven waarop ze echt boos kon worden. Ze stampte met een zo boos mogelijk gezicht de kamer uit, de trap op en op zolder gooide ze haar deur met een knal dicht.

Ik pakte mijn boek van mijn schoot en wachtte op het voorzichtige kraken op de trap, als teken dat ze vrede wilde. Dat duurde dit keer nog geen tien minuten. De huiskamerdeur die langzaam open werd geduwd waarna haar gezicht om de hoek verscheen met een mengeling van schuldbewust, we lachen er om, en toch had ik gelijk.

Ik spreidde mijn armen en ze dook er in. We knuffelden en ze zei sorry en ik zei dat het okee was en dat boos er ook bij hoort. Toen ze opstond zei ze dat vervelen écht erg was, ook al begreep ik daar natuurlijk niks van en toen ze neuriënd weer naar boven liep wist ik dat ik het dit keer goed had gedaan.

About the author

Comments are closed.