Ik ging Lotte en Sophie halen. Dat klinkt heel eenvoudig. Ik ging Lotte en Sophie halen. Probleemloos, een activiteit, iets wat even moet, misschien zelfs met wat gemopper. Maar ik ben co-ouder. Elke keer als ik in de auto stap om Lotte en Sophie te halen, juicht er iets in mij. Ik rij de straat in waar hun andere huis staat en de energie stroomt. In mijn lijf gaan deurtjes open waarvan ik me de voorgaande dagen niet bewust was dat ze dicht waren gegaan, en waarvan ik straks ook niet meer merk dat ze nu weer even open zijn.
Ik hoop elke keer op een staande ovatie als ze me zien. Hoop is een ellendig iets. Er zijn momenten waarop ik me inbeeld dat hoop erger is dan wanhoop. Dat zijn de momenten dat ik het even niet meer zie. Maar toch hoop ik elke keer opnieuw op een enthousiast onthaal. En dat krijg ik soms. Er zijn keren, de meeste keren, dat ze vechten wie de deur open doet, maar er zijn ook momenten dat ze nauwelijks opkijken van het spel dat ze net spelen, of, en dat zijn de ergste, momenten waarop ik het verlies van Dora, dat ellendige, wijsneuzerige Aztekenmeisje met die bobline, en haar irritante aapje Boots. “Zwieber! Niet! Stelen!” roepen ze dan als reactie op mijn enthousiaste “Hee meiden!”
Maandagochtend waren er trappelende voeten na mijn klop op het raam. Ik zag haar nog niet, maar het was Sophie. Sophie rent als een sprinter met een lichte huppel na elke derde stap. Lotte is meer de lange afstandloopster met de elastieken knieën. “Papa is er,” hoorde ik Sophie achter de voordeur enthousiast roepen. Ze deed de deur open en rende snel weer weg. “Lotte! Papa is er!” riep ze de kamer in. Daarna bleef ze bij de kamerdeur staan en keek ze me aan, met een blik van: nu ga je wat beleven.
En dat had ze goed ingeschat. Want om de hoek verscheen een meisje. Niet mijn kleine tere net vierjarige Lotte, met het kwetsbaar open gezichtje en de zwierige lange blonde staartjes. Nee, naar buiten kwam, vol verwachting over mijn reactie, een stoere, al ruim vierjarige Lotte, met dat gezicht dat nog steeds heel kwetsbaar en open is, maar dat nu omlijst werd door een strak, beetje streng en oh wat volwassen kortgeknipt koppie. De eerste reactie kerft het hardst in de ziel van een meisjeshart, dus mijn pupillen verwijdden en ik juichde als was ik de Arena na een schwalbe van Suarez. Ik tilde haar op en duwde mijn gezicht in haar nu zo zichtbare nek.
Mijn Lotte heeft een bobline.
Moswolkje
6 maanden geleden
Een bobline net als ….Dora heeft!
(Zwieber, niet stelen!)
Hahaha…ach, ik lach wel maar ik denk dat ik weet wat je bedoelt…ik vond het helemaal niet leuk dat mijn kleine meisjes ineens “anders” eruit zagen…zo snel groot!
Maar natuurlijk laat je dat niet merken, en juicht als ware het de wereldkampioenschappen…
Je bent echt een lieve papa…
Monique
6 maanden geleden
Ik zie het zĂł voor me. En wat goed dat je enthousiast hebt gereageerd! Zouden ze bij de kapper trouwens veel verzoekjes voor Dora-kapsels krijgen?
Maureen
6 maanden geleden
Je (of eigenlijk Lotte) onderschrijft hiermee mijn theorie over vrouwen en hun haar: na een verandering moet het haar ook anders. Wacht maar tot ze naar de middelbare school gaat. Voor je ‘t weet ben je aan het shoppen voor een stijltang.
Maaike
6 maanden geleden
En een pappa met oog voor detail en kapsels!
Sara
5 maanden geleden
http://www.themask.nl/WebRoot/Store/Shops/08011005/4880/6494/FF30/FF11/B58B/5360/9702/D7C8/30751_bobline-2-tone.jpg