Nieuwe buren

Ik ben verhuisd, al ruim voor Corona. Ik woon nu in een mooi en ruim huis tegenover het station in een oud forensendorp onder de rook van Zaanstad en Beverwijk. Mijn dochters fietsen vanaf hier binnen vijf minuten naar hun moeders huis, naar hun vriendinnen en met heel veel wind in de rug in een kwartier naar hun school.  Ik moest lang wennen aan het idee. Nee, dat zeg ik verkeerd. Lang leefde ik in de wetenschap dat ik hier nooit zou gaan wonen. Daar waren veel redenen voor, maar vooral: zo zat het in mijn hoofd. Toen het idee zich aandiende dat ik het misschien toch moest overwegen, om allerlei redenen waarvan ik de belangrijkste hier boven heb genoemd – vijf minuten op de fiets – had ik binnen een maand een huis gekocht. Want ik wist: als ik het niet doe terwijl ik het wel had overwogen, zou het blijven knagen en zou ik elke dag dat mijn dochters bij me waren met wat schaamte denken aan de beslissing die ik niet nam, en me afvragen of het beter zou zijn geweest. Dus ik verhuisde.

Na een aantal verhuizingen weet ik inmiddels dat verhuizen me goed af gaat. Ik ben snel tevreden en wen snel aan een nieuwe plek. Nu al helemaal, want het dorp onder de rook van Beverwijk en Zaanstad doet me in meer dingen dan ik me had kunnen voorstellen denken aan het dorp waar ik opgroeide. Ik groeide daar goed op, dus dit dorp bracht een vertrouwdheid die me snel kalmeerde. Ik woon in het oude deel van het dorp, een ratjetoe aan bouwstijlen rond een lint van boerderijen die nu zijn omgebouwd tot luxe woningen. De Vinex is aan de andere kant van het spoor. Om de hoek is een kinderboerderij en daar wonen drie geiten en een varken. En achter die kinderboerderij strekken zich weilanden en vaarten uit, en daar weer achter glijden de auto’s voorbij op de A9.

Ik woon in het derde huis van mijn straat. Vandaag heb ik een zwevend bureau opgehangen in de huiskamer want al dat thuiswerken verdient wat comfort. Ik vind het bureau stijlvol, maar mijn oudste vindt het raar zo zonder poten en het blad had ook wel wat dunner gemogen. Ik legde uit dat het zo dik is omdat er een zwaar stalen frame in zit. Ik maakte van het klussen een hyperlapsefilmpje. Dat is een film die het gefilmde versneld afspeelt, zoals in die zwartwitfilms van Harold Lloyd die vroeger werden uitgezonden op tv. Het klussen ging heel goed en het was een aardig filmpje, al zeg ik het zelf, maar ik heb het niet op twitter gezet, of op facebook of instagram. Ik zie dat als vooruitgang, maar dit terzijde. Wel stuurde ik het naar mijn vriendin en mijn dochters. Mijn oudste zei dat ze het niet had gekeken: ‘Sorry dat trekt me niet.’ Mijn jongste zei dat ze had doorgespoeld naar het einde. Mijn vriendin keek het filmpje een aantal keer. Ze stuurde me screenshots van momenten waarop ze me heel sexy vond. Dat vertelde ik mijn dochters. Die vonden dat iets te veel informatie.

Wat ik na al die verhuizingen ook weet is dat inburgeren bij mij minder vanzelf gaat dan wennen. In mijn vorige huis woonde ik tussen twee mannen van wie ik de namen alweer ben vergeten en van wie ik alleen heb onthouden dat de ene elke dag ging tennissen en dan ‘s avonds laat terug kwam en  dan voor de deur het gravel van zijn schoenen stampte, en dat de ander een scooter en vergeelde vitrage had. In het huis ervoor woonde ik naast een vrouw van onbestemde leeftijd met een bril en kort haar en verder dan een ‘lekker bezig?’-gesprek als ik in de voortuin lekker bezig was zijn we nooit gekomen. Nu weet ik na een klein half jaar al meer over mijn nieuwe buren en ik vraag me af of dit iets over mij zegt, of dat ik het hiervoor gewoon niet zo getroffen had. Ik denk allebei.

Het eerste huis in mijn straat is een Italiaans restaurant. De eigenaar is een Italiaanse kerel die al ruim twintig jaar in Nederland woont, een klein half uur rijden hier vandaan in Heerhugowaard. Hij rijdt in een witte fiat 500 die altijd glimt, net als zijn snor die ook nog eens perfect getrimd is, zelfs tijdens het hoogtepunt van Corona zag hij er piekfijn uit. Ik mag van hem door de achterdeur naar binnen. Daar zijn we buren voor, vindt hij. Ik haal er altijd de pizza Sarda voor mijn vriendin, dat is die met aubergine en dan wil ze de helft minder kaas. Zelf neem ik dan die pikante met veel vlees. Mijn vriendin zegt dat ik daar langzaamaan wat bewuster in mag gaan kiezen.

In het huis tussen mij en de Italiaan op de hoek woont een Chinese moeder met haar dochter. Een van de twee, ik denk de moeder, speelt piano. Ze oefent elke dag van vijf tot zes hetzelfde muziekstuk. En soms ‘s avonds nog een keer. Ze wordt er steeds beter in, volgens mij, maar het kan ook zijn dat ik wen aan haar pianospel. En een van de twee, ik denk de dochter, heeft een vriend met wie ze vaak ruzie maakt, of tegen wie ze in ieder geval heel hard praat als hij er is, en hij praat dan weer hard tegen haar. Ik heb de moeder één keer gesproken. Dat was toen ze zich na haar verhuizing kwam voorstellen. Ze vertelde me toen dat ze was afgezet bij de koop van het huis en dat de erker aan de voorkant lekte en dat de makelaar haar niet goed behandelde. Ze wilde weten of ik dacht dat dat kwam doordat ze geen Nederlands spreekt. Ik antwoordde dat ik dat niet wist, want zulke dingen kun je niet weten. Ik vertelde maar niet dat ik zelf had afgezien van het huis, dat tegelijk met mijn nieuwe huis te koop stond, omdat je al op de foto’s kon zien dat er van alles aan mankeerde.

In het vierde huis woont een gezin met drie kinderen. Of twee. Dat is lastig te ontdekken. Er is in ieder geval een meisje dat elke dag de hond uit laat. En er is een jongen die me al een paar keer een pakje heeft overhandigd dat bij hen was bezorgd. Knappe jongen. Ik denk elke keer als ik aanbel voor een pakje dat ik hem wakker heb gemaakt. Gisteren was hij jarig en mocht hij een feestje geven, omdat de Coronamaatregelen net op tijd waren versoepeld. De vader is een arts, dat hoorde ik van de eigenaar van het Italiaans restaurant. Die is beroepshalve beter in small talk dan ik, dus die kon me vertellen dat ook de moeder iets in de medische wereld doet. Aardige mensen, vindt hij. Dat vind ik ook. Ik mocht hun ladder lenen toen er een dakpan scheef lag en toen hield de vader die ladder aan de onderkant vast en maakten we een praatje. Dat is aardig. Gisteren toen mijn dochters en ik terug kwamen van de Italiaan vroeg hij aan ze of ze ook langs wilden komen op het feestje van zijn zoon, ook dat is aardig. Ze gingen er niet op in. ‘Ik ken die jongen toch niet,’ zei de oudste. Dat is zo. In plaats van het feestje gingen ze buiten foto’s nemen voor instagram, want de lucht was dreigend en mooi. De buurman lachte en zwaaide vriendelijk en spoedde zich weer naar het feestje van zijn zoon, waar hij de partytent moest zekeren vanwege de mooie maar dreigende lucht.

Ik weet niet wie er in het vijfde huis woont. En het zesde. En dat zal er vermoedelijk ook niet van komen. Maar ik weet dat ik hier nu woon, dat ik niet heb afgewacht en dat het inderdaad beter is. Veel beter.