Ik vraag me af of ik moet gaan, vanmiddag. Naar de huldiging. Vanaf mijn kantoor is het een kleine tien minuten fietsen naar de Herengracht. Collega S. gaat zeker. Na tien minuten praten bij de koffieautomaat weet ik nog steeds niet precies waarom.
In dagblad De Pers staat met grote letters op de voorpagina: Huldigen is verwerken. Misschien is het dat. Dat er iets te verwerken is. Collega S. zei dat hij steeds wel even aan het verlies moet denken. Daar heb ik zelf niet zo veel last van. Ik heb mijn ego niet opgeblazen toen oranje won, en voel het nu ze hebben verloren dus ook niet leeglopen.
Dus. Zal ik gaan?
Andere collega’s vragen zich ondertussen verontrust af of de huldiging geen treurige vertoning wordt. Her en der een plukje mensen dat keurig klapt. De huldiging van een lokaal voetbalteam na een kampioenschap in de vierde klasse. Ze huren zelf een bierfiets en doen net of de winkelende mensen die over hun schouder naar ze kijken voor hen zijn gekomen.
Collega H. denkt dat het rustig zal blijven. Ik zeg dat er bij de Gay Pride toch ook een miljoen mensen komen opdagen, en dat is net als vandaag om te kijken naar een stelletje homo’s in een bootje. Collega H schudt haar hoofd. Ze heeft op weg naar kantoor pas één groepje jongens in oranje shirtjes gezien.
Zal het goed komen?
Ik weet niet in hoeverre massa’s zich laten opwekken. Mensen laten zich niet sturen, maar willen wel graag ergens bij horen. Bij iets dat groter is dan zij zelf, dat de massa zelfs overstijgt. Ja, daarvoor staan ze op, lopen ze samen één kant op. Ik vraag me af of een tweede plek zo iets groots is. Of was die samenloop er zolang er eventuele grootse, landoverstijgende vreugde in het verschiet lag. En is de massa na de finale weer ontploft tot al die particuliere eenheden, met elk hun eigen richting?
En is die richting dan naar een plekje aan de grachten? Ook voor mij?
Geplaatst op 13.07.10
0