Ik was aan het kamperen en het regende. Niks aan de hand, zou je zeggen, ware het niet dat ik een mooiweerkampeerder ben. Maar Ralph, slechtweerkampeerders, bestaan die dan ook? Nou, dat weet ik niet zeker, maar ĂĄls ze bestaan, dan stonden ze op mijn duincamping in Sint Maartenszee. Van die types die volkomen onaangedaan met hun laarzen en hun wollen truien aan in de voortent een kopje koffie en een sudoku doen. Met een blij en tevreden gezicht. Terwijl ik elke twee minuten het duin beklim om te kijken of het in de verte misschien al wat open trekt. Om dan nĂłg mismoediger weer naar beneden te sloffen. Langs een tent waar de dobbelstenen over tafel kletterden en de gehaktballetjes pruttelden. Yahtzee! Ik wist dat ik dat ook kon, genieten van een situatie die minder dan optimaal was. Ik wist dat ik het kon, genieten van een dag op de camping met twee kleuters in een tent die minstens groot genoeg was voor een spelletje âdoen wie het langste stil kan zitten.â Ik haalde diep adem, verzamelde al mijn moed en zei: âMeiden, we gaan naar de film.â Vertier ende jolijt was mijn deel. Mijn vaderhart zwol op bij die dankbare grote ogen.
De film ging over een lief klein schildpadje dat op avontuur ging over de wereldzeeĂ«n. Dat leek me nou prima vermaak voor twee meisjes van 3 en 5. De meisjes van 3 en 5 vonden dat ook. Ik had ze dan ook een grote fles appelsap gegeven. Bij de deur kreeg ik drie brillen in mijn handen gestopt. Lotte en Sophie keken er met grote belangstelling naar. Ik ook. âHet is een 3D voorstelling, meneer,â zei het vriendelijke meisje bij de deur. En ze keek er bij alsof er niets aan de hand was. Ik keek van het meisje, naar de brillen, naar mijn meisjes. âWe hebben ze maar in één maat,â zei het vriendelijke meisje, dat gedachten kan lezen.
Toen de film begon, was Sophie haar bril zat. Ze legde âm op mijn schoot. Ik zag hoe ze ingespannen naar het scherm tuurde. Ik zette zelf mijn bril ook af. Het beeld vertroebelde. 3D is alleen te volgen met bril. Dat wist ik niet. Ik zette Sophie haar bril weer op. Sophie gaf âm meteen weer terug. Ik zette âm weer op. Sophie legde âm weer terug. Enzovoorts. âMaar zo zie je het niet, schatje.â âWelles!â Ja, breng daar maar eens iets tegenin. Dus er zat maar één ding op. De rest van de film zat ik met Sophie op schoot, en hield ik de pootjes van haar bril op haar achterhoofd vast. Dat koste me bijna mijn voortanden toen er een haai de zaal in kwam zwemmen. âDie zwom naar MIJ toe, papa, precies naar mij,â zei ze opgewonden. âEn naar mij!â riep Lotte.
Buiten scheen de zon. Lotte zei dat de film wel heel spannend was. Sophie vond dat ook. âMaar niet eng,â zei Lotte. Ik vroeg of ze er misschien over gingen dromen. âMisschien wel,â zei Sophie. âIk niet,â zei Lotte. Blij reden we terug naar Sint Maartenszee. Op de camping kochten we een ijsje en zongen we een lied. De slechtweerkampeerders speelden nog steeds yahtzee. Ze hadden hun laarzen uit gedaan.



Maux
1 jaar geleden
Respect. En ik kan het weten.