Mogelijkheid van een wonder

Geplaatst op 02.07.10

2


Vroeger was het makkelijk. Je ging zitten, kreeg de voorbeschouwing van Johan Cruyff voor je kiezen, die probeerde je te begrijpen en net als je dacht dat je het begreep, begreep je het toch niet helemaal. Je zag het Nederlands elftal negentig minuten lang in balbezit, omzichtig speurend naar openingen, je ergerde je rot, je klaagde over het vleugelspel, over de trage opbouw, en over Michael Reiziger, we zeiden dat het saai was, maar we hadden wel de bal, en dan wonnen ze een aantal wedstrijden, heel het land op zijn kop, waarna het uiteindelijk mis ging als het net ietsje moeilijker werd. Meestal na penalties. En dan was je echt even verdrietig. Verslagen. Leeg. Een holte die pas na een paar dagen weer gevuld was.

Dat was vroeger. De tijd van de broers De Boer. Bergkamp. Jonk. Overmars. Zo op een rij geen jongens om écht van te houden. Toch hing ze de romantiek van het verlies in schoonheid aan de kont. Theo Reitsma deed verslag, soms Eddy Poelman of die dekselse Evert. Ook al eerder mannen van de balkenbrei en doe maar gewoon, dan van het doorleefd genieten.

Toch was het een tijd van romantiek en meevoelen. Of heeft dat te maken met de tijd die verstrijkt?

Even over vroeger. En over de romantiek. Over het leven, bedoel ik, het leven in den breedte. Want dat is voetbal, toch, het leven zelf? Wat zou voetbal anders zijn dan het leven zelf? Ik ken mensen die altijd bezig zijn zich te verheugen op wat komen gaat, en na te genieten van wat is geweest. Wat daar tussenin zit wordt voor kennisgeving aangenomen. Er zijn ook mensen die zeggen dat wat daar tussenin zit, het enige is dat telt. Dat zijn mensen die zeggen dat je in het nu moet zijn. Ik snap die mensen wel.

Maar het punt is. Daar gaat het dus mooi mis bij mij. Straks speelt Nederland tegen Brazilië. Ik verheug me nauwelijks. Terwijl Frank Snoecks verslag doet. Frank Snoecks! Licht zwevende, romantische ziel tussen de mannen met zuigende klei onder de voeten. Frank Snoecks, die ook wel weet dat het niet zo best was tot nu toe, en die net als ik op zoek gaat naar een sprankje genot tussen het gruis wat tot nog toe over ons werd uitgestort. Ik vond één sprankje, in drie wedstrijden: de goal van Robben. Een counter.

Het huidige team draagt geen wonder met zich mee. Het huidige team speelt realistisch. Vanmiddag ga ik me ergeren als in de dagen van Reiziger. Maar het is een ander ergeren. Het is een ergernis die stoelt op gemis, niet op belofte. Waar het langdradige, eindeloze, breed-breed-breed-spel van de De Boertjes en hun vriendjes altijd een belofte inhield, zie ik Van Bommel cum suis alleen vreugdeloos balverlies leiden en strak georganiseerd in de weg lopen. Met de hoop op een bevlieging, die dan een incident is, geen logische optelsom.

Dus ik ga straks voor de TV zitten, zonder verwachtingen. Het zal wel spannend worden, natuurlijk zal het spannend worden, als je niet de meester over de bal bent, kan het elk moment zomaar mis gaan, dat maakt het spannend. En als we verliezen zal ik dat waarschijnlijk even vervelend vinden. Maar niet heel vervelend. Net zoals ik een overwinning niet bruisend van geluk zal absorberen. Want ook dat zal toeval zijn.

Dat is de pest met realisme. Het kan nooit de kraamkamer van een wonder zijn.

Maar ik laat me graag verrassen.

Zegt het voort:
  • email
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Digg
  • Print