Een paar jaar geleden heb ik de fout gemaakt aan een aantal mensen te vertellen dat ik bezig was met het schrijven van een roman. Het was informatie waar de meesten maar moeilijk een reactie bij wisten te bedenken. Verder dan ‘wanneer is het af’ kwamen ze vaak niet. Een enkeling durfde de vraag aan waar het boek dat ik aan het schrijven was dan over ging. ‘De liefde en het leven’ antwoordde ik dan, waarna het gesprek zijn finale bestemming bereikte. Dat was niet zo verwonderlijk. Elk boek gaat over de liefde en het leven. Wat zeg ik: alles wat we doen gaat over de liefde en het leven. En daarom praten we er niet over. Het is al ingewikkeld genoeg allemaal.
Meer mensen dan ik had verwacht zuchtten diep en zeiden iets als: ‘jij en een miljoen anderen’. Daar hoorde dan de vraag bij of ik al een uitgever had. Ik vond dat ongemakkelijke vragen. Ik heb aan iemand die elke avond gaat tennissen nog nooit gevraagd wanneer hij Wimbledon denkt te gaan winnen. Maar anders dan tennissen, blijkt schrijven iets te zijn waarmee je de kop boven het maaiveld uitsteekt. Niet het schrijven als zodanig. Niet het publiceren van stukjes op sites en in kranten en bladen. Maar de aankondiging van een roman.
Sinds die aankondiging loopt het onderwerp achter me aan. Zo lauwtjes als de mensen reageerden, zo vasthoudend zijn ze met hun periodieke vragen hoe het met mijn roman gaat. Lange tijd kon ik daarop antwoorden dat het goed ging, dat er weer een hoofdstuk af was. Dat was lang geleden. Ik schreef, ik liet wat ik had geschreven lezen aan mensen op wiens oordeel ik vertrouwde, die mensen reageerden en ik schreef weer verder. Er was structuur. Daar vertelde ik over. Over de schriftjes die ik bij me droeg, de uren die ik maakte en de gesprekken die ik voerde over mijn teksten. Het stemde de vragenstellers tevreden. Ik zat in een proces.
Inmiddels is er zoveel tijd verstreken dat de vragen een andere toon hebben gekregen. ‘Zeg, jij was toch met een boek bezig? Is die al eens klaar?’ Mijn scheve glimlach doet ze opgelucht adem halen. Toch niet, schudden ze meelevend. Toch niet. Ik ben weer onder hen.
Zeggen dat je een roman aan het schrijven bent, zo is inmiddels mijn ervaring, is een aankondiging. Een aankondiging van groots schitteren of stevig falen. Veel zit er niet tussen. Na zo’n aankondiging zit je er aan vast. Je kunt niet, zoals de autosleutelaar, steeds even laten zien waar je bent gebleven. Je kunt niet vertellen over de avonturen die je beleeft met het bestellen van onderdelen, of blessures die je oploopt als een oud onderdeel op je teen valt. Je kunt maar één ding doen, schrijven tot het er staat.
Dus dat ga ik doen. Schrijven tot het er staat. Het gaat nog steeds over het leven en de liefde. En ik zit nog steeds in een proces. Het is nu een proces zonder structuur, maar er is weer ruimte. Dus neemt u van mij aan, 2010 wordt het jaar van mijn verhaal. En of er een boek van komt? Dat zien we daarna wel weer.



Ton
2 jaaren geleden
Leuk, te lezen. Succes en een heel gelukkig 2010
Mikaël
2 jaaren geleden
Moed met je voornemen. Wat er ook van komt, blijven schrijven !
Jowi
2 jaaren geleden
Grappig hoe jouw eerste logje in zekere zin bij dit tweede verhaal hoort: het gaat allebei om geloof.
Tegen de klippen op, hoe dan ook, en zelfs als je een uitgever hebt – dan nog helpt het alleen als je er zelf in bent blijven geloven.
Schrijven is als stoppen met roken, daar kom je ook nooit meer vanaf. Niet alleen wordt er vanaf het moment dat je het aankondigt naar gevraagd, ook blijft het eeuwig bij je. Het gaat nog verder dan het uitdoven van de vraag. Zelfs als iedereen al vergeten is dat je ooit rookte, weet jij nog na iedere lange vliegtuigvlucht dat je ooit bij het naarbuiten lopen opgelucht inhaleerde.
Wat ik bedoel te zeggen: het is jouw verhaal. Blijf er net zo lang achteraan lopen tot het er is. Ik gun het je maar beloof dat ik er nooit naar zal vragen. Laat je het me dan weten als het af is?
Ilse
2 jaaren geleden
Het komt er. En dan wil ik een gesigneerd exemplaar.
Rob Alberts
1 jaar geleden
Mooie column.
Goed geschreven!
Korte verhalen lees ik graag.
Vriendelijke en vrolijke voorjaarsgroet van
Rob Alberts ( robalberts.punt.nl )