Lowlands is zeg maar best mijn ding

Geplaatst op 24.08.10

18


Lowlands is zeg maar best mijn ding

Het is zeven uur, zaterdagochtend. Brabantse stemmen op een meter van mijn hoofdkussen. Alleen een tentzeiltje tussen de stemmen en mijn ontwakend hoofd. De stemmen horen bij brakke mannen die net uit de 24-uurstent zijn komen strompelen. “Fok man,” zegt de ene stem knarsend. “Kom ik met een stuiterende knijter van dat feest, staan er al rijen voor die fokking douche man. Wat de fuk is dat man.” De ander lacht wat. De een gaat verder: “En weet je wat nog meer? Een zo’n fokking gast man. Aan het hardlopen. Met van die fokking hardloopschoenen en alles man. Ik loop daar dood te gaan, gaat hij lekker hardlopen. Die snapt ’t spelletje niet man. Op Lowlands moet je dood gaan.” Ik vond dat nogal een mening. En ja. Ik was wakker. Mijn Maux ook, al wilde ze er nog niet helemaal aan. Maar we wisten het. Dag twee kon beginnen, terwijl voor die twee Brabanders dag één nog niet geĂ«indigd was.

Dus ik ging naar Lowlands, mensen. Ik weet het, ik weet het. Ik lachte er altijd om. Lowlandslosers, dat waren het. Maar wie zegt dat een mensch altijd consequent moet zijn, heeft een heel ehh, rechtlijnig leven. Dus ik ging naar Lowlands. Met Maux en Do.

Ho, stop. Even terug. Naar een tijd dat meisjes hun haar nog mochten touperen en Kurt Cobain nog leefde. Toen Guns ’n Roses nog een te gek nieuw bandje was, en Ron Brandsteder de it-man. Ja, toen. Ik neem u mee naar de egidiusstraat in Amsterdam. Drie hoog. Een vloerbedekking die betere tijden had gekend. Twee jongemannen die hun rugzak volpropten met van alles, maar vooral een tentje dat niet meer was dan een iets te wijde regenjas, en een slaapzak die Toetanchamon te claustrofobisch zou vinden. Want ze gingen naar een liedjesgebeuren in de polder, vlak bij hun plaats van herkomst. Dat was Lelystad. Ja, het klopt, ik had twee huisgenoten gevonden met een achtergrond waarom nóg harder te lachen viel dan de mijne. Ze gingen naar Lowlands. En volgens mij regende het. Ik dacht aan modder en vieze mannen met baarden. Ik dacht aan obscure bandjes en vooral dacht ik: Niet. Voor. Mij. Dat had ik vaak in die tijd. Dat ik dacht: niet voor mij. Niet omdat ik me afzette ofzo. Juist niet. Ik was wat avers voor nieuwe mensen en nieuwe dingen. Ongemakkelijk, dat was ik.

Dus ze gingen, de heren. En ze kwamen weer terug, met baardjes van drie dagen, schorre stemmen en verschillende ziekteverschijnselen die met opkruipend vocht en ledematen te maken hadden. Vliegen cirkelden om hun rugzakken, en de lucht die uit die zakken kwam toen ze open gingen, daar kon je in december nĂłg soep van koken. Maar vooral kwamen ze terug met een roes. En een polsbandje. Geloof ik. Waren er toen al polsbandjes? Iemand?

Toen kwam Britpop. En al die bandjes die ik niet uit elkaar kon houden maar Bas wel want Bas ging elke dag naar de CD verhuur en bracht meer tijd door met zijn hoofd in Oor dan ik op het voetbalveld, en dat was een prestatie in die tijd, en Sander’s cassettebandjesverzameling nam mythische proporties aan. En. Elk. Jaar. Weer. Lowlands. Elk jaar weer werd mijn hoon groter. Elk jaar bleef ik na afloop langer uit hun buurt, om maar geen getuige te zijn van dat afgrijselijke nagenieten.

Ze bleven gaan. Jaar op jaar op jaar op jaar. Tot het genoeg was. Lowlands werd te groot. Te commercieel. Ze gingen niet meer. De interesse raakte weg. Maar niet dat ik er vanaf was. Oh nee. Collega’s ontdekten Lowlands. Zaten op de dinsdag na dat ene weekeinde onverstaanbaar hees te praten tijdens bestuurlijke vergaderingen, met hun polsbandjes zo opzichtig mogelijk in beeld. Nog weken werd er nagepraat. En het volgende jaar werd er weer weken voorpret beleefd. Het kwam zover dat de napret van het ene jaar en de voorpret voor het jaar er op elkaar begonnen te overlappen. Zum kotzen, werkelijk.

En ja. Toen was er Maux. Mijn meisje. Ik noem haar alleen Maux als ik over haar schrijf hoor, dat is promotietechnisch wel handig, vanwege haar websitenaam, herkenbaarheid, en eh, nouja, daarom gewoon. Maar dus niet dat je denkt dat ik in het echt. En zo. Nee. In het echt laat ik de X gewoon keurig weg. Haakjes sluiten.

Maar Maux dus, die bracht het voor- en nagenieten naar een heel nieuw niveau. Zweefden de lowlands-losers die ik kende zo ongeveer tussen de 15 en 50 centimeter boven de grond, Maux kreeg telefoontjes uit de verkeerstoren van Schiphol, want ze hinderde de landingspogingen op de polderbaan. Dus. Of ik mee ging. En dat was geen vraag.

Do wat nerveus, natuurlijk. Want Do zag het al gebeuren, drie dagen op pad met een kibbelend/klef stelletje, brrr, er hebben er zich voor minder aan een tentharing geregen. Maar ze was niet zo moeilijk: nadat we een gedeponeerde notariële akte van sociaal gedrag hadden ondertekend, met ons eigen bloed, vond Do het wel okee. Tenminste. Nouja, die zuinige blikken zal ik me wel verbeeld hebben.

Dus ja. Ik ging. En daar liepen we. Do met een slaapzak en een pakje sigaretten, Maux met haar mobiel en een goed humeur, en ik met een steekwagentje van lood, met daarop een tent, twee matjes, kleding voor twee dames voor drie dagen, make-up voor twee dames voor drie dagen, twee kussens, een dekbed, mijn eigen kleding, kaarsjes, zaklampen, een stapel bakstenen die Do “altijd meeneemt als ze iets leuks gaat doen” en een goed humeur. Ik voelde me Charlie. Van de Angels.

En het werkte. Lowlands en ik, een prima stel. Dus hier mijn Lowlands. In vijf foto’s. (En een filmpje.) Want al het goede komt in vijven. (En een filmpje.)

Zegt het voort:
  • email
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Digg
  • Print