ralphp.nl

Kus

Ik sta in de kamer van de oudste, ik heb haar thee gebracht en ze gaat zo slapen. Iets wat ik deed of zei heeft bij haar gezorgd voor een zacht gemoed. Ik kan er mijn vinger niet op leggen, maar het is er: onzichtbaar en niet te missen. Welterusten lieverd, zeg ik, en ze draait zich naar me toe, beweegt gedachteloos haar gezicht naar dat van mij, lippen getuit, alsof dat vanzelfsprekend is. Dat is het niet. Ik weet niet hoe lang het geleden is dat ze besloot dat wij niet meer kussen, zelfs niet op de wang – bah, je baard. Een paar jaar toch op zijn minst. Zelfs een omhelzing, een arm om haar heen is meestal te veel. Af en toe zoekt ze toch contact. Dan zit ze ineens bij me op schoot, of wil ze vechten, stoeien. Dat is fijn. Er zit iets onder wat ik niet kan bereiken. Ik denk zij ook niet. De eerste tijd, toen ik het nog zag als een bevlieging, vergelijkbaar met haar besluit dat chocola en kaas voortaan vies waren, heb ik het te vaak benoemd, als grap, om het luchtig te maken, vooral voor mezelf. Misschien heeft het zich toen in haar vast gezet, vaste vorm aangenomen: papa krijgt geen kussen en ook geen knuffels. Wie weet hoe zo iets werkt? Ik niet. Zij ook niet. Nu na jaren weer die beweging, zo vertrouwd meteen, maar ik weet ook dat het niet echt is, dat ze zich vergist. Zoals ze me soms mama noemt, zo beweegt ze nu haar gezicht naar me toe. Zoals ze zich na zo’n verspreking herstelt – ehh, papa natuurlijk – zo herstelt ze zich nu. Ehh, nee, zegt ze en ze schudt haar hoofd alsof ze wil zeggen: wat deed ik nu voor geks, grappig hè? Ze kijkt me open aan, niet geschrokken, eerder geamuseerd. Ik merk dat het me wat doet, ik weet niet wat precies: er wordt iets opgeruimd tussen ons, of alleen bij mij. Het maakt niet uit. Ik spreid mijn armen. Een knuffel dan, zeg ik. Ze lacht. Het is een blije, verlegen lach. Ze laat me begaan, drukt zelfs even haar hoofd tegen mijn borst. Ik kus haar kruin en zorg er voor dat ik het niet opblaas. Laat het in godsnaam onzichtbaar blijven. Dus ik wens haar welterusten. Wel meteen gaan slapen, zeg ik, het is al laat. Jahaa, zegt ze, ongeduldig, en daarmee doet ze wat mij niet gelukt zou zijn: ze maakt wat er gebeurde weer gewoon en alledaags.

About the author

Comments are closed.