In de gracht

Geplaatst op 03.02.10

0


Vijftig meter van de plek waar ik met mijn fiets onderuit was gegaan, zat een man in de gracht. Het drong niet meteen tot me door. Misschien doordat ik met mijn hoofd hard op het asfalt was beland, dat doet iets met je. Ik krabbelde overeind en voelde aan de zijkant van mijn hoofd. Beurs. Een oudere vrouw die achter me had gefietst, stapte af. Ze keek me verschrikt aan.
“Dat was een flinke klap. Gaat het wel?” vroeg ze.
Ik knikte, terwijl ik eigenlijk niet wist of het wel ging. Ik voelde een steek in mijn hoofd.
“Het is heel glad,” zei ik. Ik wees naar het fietspad: “Kijk. Heel glad.”
Ze wees: “Dat ziet er ook niet goed uit.”
Ik keek naar mijn ontvelde hand. “Ach, gaat wel hoor,” zei ik.
Ze fronste.
“Het is heel glad,” zei ik. “Kijk maar uit. Heel glad.”
Ze wist niet zo goed wat ze moest zeggen. Als mensen me willen helpen, verlies ik in een razend tempo mijn sociale vermogens, dat is me wel vaker opgevallen.
Ik keek ongemakkelijk om me heen. Toen zag ik hem zitten, de man in de gracht, ter hoogte van een openbaar toilet. Het leek of hij daar onder water in een troon zat. Zijn in een Noorse trui gestoken bovenlijf stak boven het water uit, zijn armen dreven op het water en hij keek stil voor zich uit. Boven op de kade stonden drie mannen en een vrouw. Ze bogen voorover en praatten en gebaarden tegen de man. Ik kon ze niet horen, maar als ik daar had gestaan, had ik de man gevraagd om een stukje naar rechts te lopen, waar de kade een stuk lager was. De man reageerde niet. Hij keek wezenloos weg van de mensen, naar de brug, waar ik stond met mijn fiets en bebloede hand. Ik heb eens ergens gelezen dat extreme kou het vermogen om te denken en de omgeving waar te nemen ernstig aantast. Ik vroeg me af of ik zijn aandacht moest trekken en op zijn redders op de kade moest wijzen. De mensen op de kade werden ongeduldig. In de verte hoorde ik het geluid van een sirene. Ik vroeg me af of er iemand in het water zou moeten springen en als dat zo was, of ik dat dan moest zijn. Toen herinnerde ik me de vrouw aan wie ik had verteld dat het glad was. Ze stond nog naast me en keek besluiteloos van mij naar de oude man. Ik glimlachte en knikte naar de man in het water.
“Doe maar voorzichtig,” zei ik.
Ze keek niet meer om.

[Een paar uur later viel alles op zijn plek: klik]

Zegt het voort:
  • email
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Digg
  • Print