Ik keek de wedstrijd met griep

Ik maakte me zorgen over Nederlands eerste wedstrijd op het EK want ik had griep. Tenminste, dat was mijn eigen diagnose. Mijn oudste dochter (16) had een ander oordeel. Zij vond dat ik me gedroeg als een typische man. ‘Ik ben ook verkouden,’ zei ze. ‘Heb je daar wat van gemerkt?’ Opvoeding geslaagd, dacht ik.

’s Middags keek ik midden in een groeiende berg zakdoekjes eerst de wedstrijd van Engeland en daarna de wedstrijd van Oostenrijk. Er is in het leven weinig erger dan kijken naar een wedstrijd van Oostenrijk. Weinig, behalve griep.

Om half negen begon mijn voorbereiding op de wedstrijd van Nederland. Ik dronk een liter water, vulde de fles nog een keer, nam een paracetamol en een hot coldrex en legde vier pakjes zakdoeken klaar.

We keken met zijn drieën, de oudste dochter, de jongste dochter (14), en ik. De jongste dochter leefde hartstochtelijk mee. Samen zongen we het Wilhelmus. ‘Wat staat de TV hard,’ zei de oudste. ‘Anders hoor ik het niet door mijn griep,’ zei ik. ‘Verkoudheid,’ zei de oudste.

Tegen het einde van de eerste helft ontdekte de jongste dat Nederland van links naar rechts speelde, en niet van rechts naar links. Ze haalde haar schouders op. Toen ik voor de derde keer op de wc zat vanwege die liter water, gilde ze dat Matthijsje een eigen doelpunt had gemaakt. ‘Matthijsje zit op de tribune lieverd,’ riep ik vanaf de WC. ‘Ah wat snoezig,’ was haar antwoord.

Het werd 2-0. Toen 2-2. Toen 3-2. Wij blij. Ik nam nog een paracetamol. De oudste en de jongste gingen slapen. Ik zette de tv wat harder voor de nabeschouwing. Ik hoorde het evengoed slecht. Dat kwam door de griep.

Of de verkoudheid.