Iets van potentie

Een appje: ‘Thuis?’ Ik antwoord dat ik thuis ben, maar nog niet heb gedoucht. Ze zegt dat ik vijf minuten heb. Ik rol deo en poets mijn tanden. Ze heeft maar even en ik heb mijn pot filterkoffie al bijna leeg gedronken, dus ze krijgt een bodempje. Of ik nog wat te vertellen heb. Nee? Mooi. Ze legt haar kauwgum naast haar koffie en komt bij me op schoot zitten.

Ze is er al een aantal weken, maar ik praatte nog niet veel over haar. En als ik over haar sprak, dan in steekwoorden – leeftijd, woonplaats. Elk extra woord drukte niet uit wat ik zeggen wilde. Misschien vermeed ik het omdat wij samen, zoals zij het zei, ‘eventueel, misschien, iets van potentie hebben’. Potentie is een idee. Te delicaat om bloot te stellen aan mensen. Mensen kunnen zo goed relativeren.

Ik zag haar op een van die twee datingapps die ik net weer wilde verwijderen. Ze schoof door het beeld, blond en zacht, en ik dacht iets wat ik niet eerder dacht: maar jij bent voor mij. Dat was geen hebberigheid, en ik wist uit ervaring dat ik het mis kon hebben, iets met zien wat je wilt zien, maar ik vermoedde van niet. Noem het intuïtie.
Dus ik drukte op het hartje en we konden direct met elkaar praten. Zij had dat blijkbaar ook bij mij gedaan. Met de meeste matches wisselde ik nooit een woord, maar tegen haar móest ik iets zeggen.
Ik moest al meteen om haar lachen. Maar er was ook iets anders en als ik mijn best zou doen om dat te omschrijven, zou ik dingen zeggen als ‘energie’, en die kant ga ik liever niet op.
Ze vertelde me haar naam – voornaam, achternaam, bijna plechtig. Kort daarna vroeg ze of ik haar al had opgezocht op het internet. Dat vroeg ze later nog een keer, dus dat was blijkbaar belangrijk.
Ik zocht haar op. Het was belangrijk.
Ze had iets meegemaakt en daarover had ze een column geschreven die op het internet te vinden was. Haar woorden waren mooi en kaal en de pijn moest nog vers en diep zijn: ruim een jaar geleden was haar man overleden en bleef ze achter met een zoontje, nog niet eens een peuter.

Ze wilde per se naar de film tijdens ons eerste afspraakje. Ik zei dat ik geen zestien meer was, niet dat ik toen ik zestien was met meisjes naar de film ging, was het maar zo’n feest, maar je moet wát zeggen. Het kon haar niet schelen, we gingen naar de film: ‘min of meer hetzelfde als het fietsenhok’. Dat klonk geruststellend.
Ik was al half verliefd op mijn idee van haar toen we elkaar ontmoetten op het terras voor de Jopenkerk. Ze zat er al, blond en zacht en het eerste wat ze zei was dat het onderste knoopje van mijn gulp niet dicht was. De film die we zagen was Dunkirk. We kusten tijdens een scène waarin twee gevechtsvliegtuigen minutenlang op elkaar schoten. Daarna slopen we de zaal uit.

We spraken weer af, en steeds vaker. Er gingen deuren open, soms wagenwijd, zoals toen ze me vroeg of ik proefverkering wilde, omdat ze houdt van duidelijke stappen, maar meestal voorzichtig op een kier en met af en toe een klein zetje. Maar altijd voorzichtig.
Met voorzichtig kon ik mijn beeld van haar rustig voegen naar wat er werkelijk was. Met voorzichtig kon zij een week wat stiller zijn, de deur weer dicht doen, en daarna zeggen: ik ben blij, maar ook verdrietig, het is bitterzoet Ralph, en dan een traan.

Een kleine maand later. Herfst nu. Ze pakt haar kauwgum van tafel. Ze moet er alweer vandoor. ‘Loop je mee naar de deur, vriendje,’ zegt ze, bij vriendje buigt haar stem af naar licht ironisch. We hebben zojuist voorzichtig de ‘proef’ van ‘proefverkering’ gehaald.

One thought on “Iets van potentie”

Comments are closed.