Vandaag werd ik in de trein aangesproken door een medereiziger. Het was een vrouw uit mijn dorp. Ik ken haar naam en ik weet wie haar vader is. Dat is namelijk mijn oude voetbaltrainer. Ik weet nog dat hij altijd ‘hete kroketten’ riep als de keeper van de tegenstander de bal moest vangen.
De vrouw zei me dat ze mijn stukjes zo graag leest. “En die van je vriendin ook. Jullie schrijven heel mooi.” Ik knikte en zei dankjewel en wist niet wat ik verder zeggen moest. Het probleem met complimenten is dat het een kunst is om ze te accepteren. Er zijn maar weinig mensen die egoloos een compliment in ontvangst kunnen nemen. Je kunt er beter niets aan af doen, want dat leidt in het slechtste geval tot valse bescheidenheid. Tegelijk is het ook beter niets extra’s te ontlenen aan een compliment dan de wetenschap dat een ander waardeert wie je bent, wat je doet of waar je voor staat.
“Dank je,” zei ik dus, en ik probeerde niet te stralen. “Leuk om te horen.” Ik glimlachte even en wachte af. Ik ben geen koning van de conversatie, vooral niet met mensen die ik niet ken. Zelfs niet als hun vaders mijn voetbaltrainer zijn geweest. Ze loste het voor me op. “Ik lees je altijd, en weet daarom veel van je,” zei ze. “Dan lijkt het zo raar om dan nu naast je te zitten en niks te zeggen.”
Daar dacht ik even over na. Zou dat raar zijn? Voor haar wel, bedacht ik, maar voor mij niet. Wat is raar? Daarna knikte ik en zei ik dat ik het aardig van haar vond. Dat meende ik. Ze glimlachte. Ik ook. Terwijl ik in mezelf na ging of ik het compliment goed verteerd had en vervolgens concludeerde dat dit zo was, pakte ze een boek uit haar tas en legde het op haar schoot. Dat was fijn. Nu kon ik ook weer naar mijn eigen gedachten. Daar hield ik me bezig met de vraag of ze wist dat haar vader altijd ‘hete kroketten’ riep, vroeger. En wat ze daarvan vond.
Cindy
10 maanden geleden
Ik wou het een keer naar je uitspreken dat ik je colums erg waardeer, maar voelde een lichte twijfel en vroeg me af of dat “raar” was als ik dat zo deed. Ik lees jouw verhalen op momenten die ik zelf kies, mijn tijd, mijn ruimte en jij wordt dan ’s ochtends (heel) vroeg overvallen door een vrouw in de trein die spontaan de behoefte heeft om je hierover te complimenteren. Maar zoals je al zegt… “wat is raar?” (ehhhhh…. hete kroketten roepen, als de keeper van de tegenstander de bal moet vangen, dat vind ik wel een beetje raar en nee dat wist ik niet, bedankt Ralph voor het delen van deze informatie
Maureen
10 maanden geleden
‘Ik probeerde niet te stralen’:
Onze diepste angst is niet dat we onmachtig zouden zijn.
Onze diepste angst betreft juist onze enorme kracht.
Het is het licht in ons waar we het meest bang voor zijn, niet de duisternis.
We vragen onszelf af: “wie ben ik dat ik vol licht, mooi, talentvol en succesvol zou zijn?”
Maar de vraag is: waarom zou je dat niet zijn?
Je dient de wereld niet door je zelf klein te houden.
Er is niets verlichts aan het klein houden van je zelf zodat andere mensen om je heen zich niet onzeker hoeven te voelen.
We zijn geboren om de grootsheid van God, die in ons is, te manifesteren.
Die grootsheid is niet in enkelen, maar in ieder mens aanwezig.
Wanneer we ons licht laten schijnen, geven we anderen onbewust toestemming hetzelfde te doen.
En wanneer we van onze diepste angst bevrijd zijn, zal alleen al onze nabijheid anderen bevrijden.
Uit de inauguratierede van Nelson Mandela in 1994, wat hij dan weer had uit “Terugkeer naar liefde” van Marianne Williamson.
Dus.
x.