ralphp.nl

Hechting

Vrijdagavond laat stond ik met mijn collega’s in een kroeg in de Pijp. Ze zijn allemaal jonger dan ik en hebben allemaal een relatie. Op de een of andere manier gaat het dan al snel over mijn vrijgezelle status.
Met een ‘Ik wil niet lullig doen,’ kondigde Wim een lullige opmerking aan. ‘Maar hoe ouder je wordt, hoe kleiner de kans is dat je een beetje een normale vrouw vindt.’
Ik lachte en knikte Wim bemoedigend toe. Hij is een analytisch ingestelde jongen, stelt zichzelf altijd voor als datamannetje, dus er kwam nog meer.
Zijn theorie was dat alle mensen met een gezonde hechtingsstijl als eerste van de markt verdwijnen en dat wat overblijft, plus degenen die weer terug op de relatiemarkt komen, te kampen hebben met een min of meer ongezonde hechtingsstijl. ‘De gekkies blijven over Ralph.’
Het was duidelijk dat hij hier heel wat denktijd in had zitten.
‘Zoals ik bedoel je?’
‘Nou. Eh. Weet ik niet?’
Ik vroeg hem of hij denkt dat hijzelf een gezonde hechtingsstijl heeft. Daar lachte hij wat ongemakkelijk bij. ‘Mijn vriendin in ieder geval wel. Heel gezond.’ Hij klonk zoals een jonge man moet klinken over zijn liefde, verwonderd en bewonderend. Ik was blij voor hem.
‘Denk je niet dat het juist de mensen met een ongezonde hechtingsstijl zijn die rond hun dertigste als gekken in relaties duiken?’ vroeg ik.
Ik twijfelde of ik hier in Kingfisher moest beginnen over al die ongezonde relaties die nooit eindigen maar waarin de een de ander verantwoordelijk houdt voor zijn geluk en vice versa. Beter van niet.
Wim peinsde wat, plukte aan zijn baard en er kwam wat ik verwachtte, want zo gaat dat ook in werkbesprekingen: een verontschuldigend lachje en een herhaling van zijn theorie. Plus nog een keer sorry, omdat hij geen beter nieuws voor me had.
Ik besloot tot een laatste nuancering, in een taal die hij sowieso begrijpt. ‘Maar in jouw theorie is de mens ceteris paribus,’ zei ik. ‘Daar gaat het mis.’
Wim knikte.
‘Mensen léren Wim,’ zei ik. ‘Jij nog niet natuurlijk. Maar dat komt vanzelf.’
Ik tikte mijn glas tegen dat van hem.
We dronken.
‘Maar het klopt gewoon wel wat ik zeg,’ zei hij.
‘Ik weet dat je dat vindt,’ zei ik.
‘En dat bedoel ik dus écht niet lullig voor jou.’
‘Dank je.’

About the author

Comments are closed.