ralphp.nl

Grote stad

Lotte wilde naar Kruidvat voor watjes en naar de Hema voor een waterkan, zo een met een kraantje dat heel snel stuk gaat. Ze wilde die buiten neer zetten met water en munt en verse citroenschijfjes want dat was lekker en gezellig. Dat vond ik goed en ik reed haar nieuwe fiets door het huis naar de straat. Vanuit de voordeur keek ik haar na, en ik realiseerde me: nu gaat ze voor het eerst alleen op de fiets Haarlem in. Ze is twaalf, dus dat kan makkelijk, maar ze is het dorp gewend waar ze met haar moeder woont. Dus ik riep haar toch na dat ze voorzichtig moest zijn en dat ze de grote weg niet over moest steken. Ze hoorde me niet goed, maar zei toch ja, om me gerust te stellen, of om er vanaf te zijn. Ik trok de deur dicht, schudde mijn hoofd om de vader die ik blijkbaar toch was, en dacht er verder niet over na. Dat viel me mee van mezelf. Tot het moment waarop ik daadwerkelijk bedácht dat het me mee viel van mezelf. Dat was na drie kwartier, of een half uur. Iets in me fluisterde meteen dat het al best lang duurde, langer dan nodig. Watjes bij de Kruidvat en een waterkan bij de Hema. Vanaf dat moment was er niets anders meer. Ik deed iets aan het eten, geloof ik, volgens mij maakte ik de groene pesto, maar zeker weet ik het niet meer. Ik herinner me alleen nog hoe ik een keer of tien uit de keuken naar de huiskamer liep, om door het voorraam te kijken of ze al terug was. Kruidvat en Hema, vijf minuten fietsen, maximaal. In mijn hoofd veranderde het keurige Haarlem in een vreemde, enge stad. De huizen aan de overkant leken groter. Het licht van de zon harder, killer. De anders zo lome Cronjé was nu een straat vol mensen met slechte bedoelingen. Mijn adem zat hoog. Ze is twaalf man, zei ik in mezelf. Stel je niet aan. Maar dat hielp niet. Ik snapte ouders die stiekem achter hun kind aan fietsen, de eerste keer in de stad. Toch nog onverwacht klonk haar gebonk op het raam, ze was bijna een uur weg geweest. Ik opende de deur en de zon was weer gewoon warm, en Haarlem werd weer dat dorp met die keurige mensen. Ik kon weer ademen, en liet niets merken. Ze had heel lang gezocht in de Hema, zei ze. Naar die kan. Wel tien keer de hele winkel door. Daarom duurde het zo lang. Ze zei het en misschien was het waar, of misschien was ze op pad geweest, op haar nieuwe fiets, verder weg dan ik haar had gegeven, in de stad die voor haar ineens veel kleiner leek. Geeft niet. Het was gelukt. Ze hield de kan omhoog en rolde met haar ogen. Toch gevonden, zei ze. Ze pakte de munt en een citroen. Ik zei dat ze voorzichtig moest zijn met het kraantje. Dat was ze. Een uur later was het kraantje toch stuk, en was alles precies volgens plan verlopen.

About the author

Comments are closed.