Lieve broer,
Tot je spreekt een trots mens. En een weemoedig mens. Ik ga het allebei uitleggen. Maar eerst dit.
Afgelopen vrijdag was ik met vriend B. in Amsterdam. We zaten op onze vertrouwde plekken in Stevens op de Nieuwmarkt en omdat wij van die vrienden zijn die elkaar los kunnen laten (ik zou ook kunnen zeggen dat we te lui zijn om vaker dan twee keer per jaar af te spreken) hadden we veel om over bij te praten. We kregen het over jou. B. en ik zijn mensen die veel praten over alles, net zo lang tot we helemaal rond zijn en weer op de plek zijn uitgekomen waar we begonnen. Wat B. in jou zo treft, is de rust en eenvoud. “Het lijkt wel of hij het leven snapt, en dat hij daarom geen woorden aan alles hoeft te geven.â€
Ik heb wel eens op je gevloekt en jij op mij, maar dat was vooral op het voetbalveld, waar onze ego’s groter werden dan ze in werkelijkheid zijn. Ik herinner me je vooral als kleine jongen die durfde te zeggen dat hij trots op mij was. En ik zie je nu als een grote broer op wie ik zelf trots mag zijn.
Trots om hoe je durft te leven naar je gevoel en intuïtie. De meeste mensen voelen ergens in hun lijf een onvrede, maar luisteren er niet naar. Het ongemak groeit, en ze gaan het steeds verder weg stoppen. Daar hebben ze trucjes voor. Trucjes die er voor zorgen dat ze beetje bij beetje verder af komen te staan van wie ze werkelijk zijn. Ik ben heel lang zo iemand geweest. Jij niet. En je vindt dat de mensen je maar moeten nemen zoals je bent, omdat je weet dat je goed bent zoals je bent, wat ze ook zeggen. Daarin ben je mij tot voorbeeld.
En nu waarom ik weemoedig ben. Dat is simpel. Je bent vanmorgen vertrokken voor een lange, lange, lange reis. En ik mis je nu al, broertje.
Een kus en een knuffel van grote broer Ralph en zijn vrouwen M, L en S.
Geplaatst op 28.09.09
0