Marjon haalde me op van het station. Lotte zat achterop. Ze zwaaide. Ze had een roze winterjas aan die haar ouder maakte. En wijzer. Ze lijkt al zo groot.
Sophie zat voorop. Ze wees, want er kwam een auto aan.
Ik lachte naar Marjon. Ze kwam me anders nooit ophalen. Waarom nu wel?
Dat gebeurt er dus, na drie jaar. Dat je je even afvraagt wat er is, als de dag weer is gekomen, dat we ons verzamelen bij m’n moeder thuis. Om te herdenken. Niet bewust. Ook niet onbewust. Gewoon. Samen zijn.
Het eerste jaar was het de hele week stroef en beladen. De aanloop lang. Hoe zou het zijn? Hoe zou mam zijn? Zouden de mensen er aan denken? Ze dachten er aan.
Het tweede jaar, toen alle dingen hun loop weer wat hadden gevonden, dacht ik de hele dag maar aan één ding, maar was de rest van de week… Gewoon. Gewoon, zoals de rest van het jaar gewoon was. Voor zover het gewoon is, om te leven met een leegte.
En nu. Het derde jaar. Nu kwam Marjon me ophalen van het station, en was ik even blij verrast.
Even maar.
Daarna niet meer. Drie jaar. Lotte is nog geen drie, maar ze lijkt er altijd te zijn geweest. Was er een tijd vóór Lotte?
Er is een tijd ná mijn vader. Al drie jaar. Maar het lijkt nog maar even.



Geplaatst op 02.11.07
0