Vanmorgen ging ik naar het strand. Daar zat een dikke vrouw in een badpak dat ze zo op het oog al vele zomers droeg. Ze had een rieten hoedje op, waar ze een oranje slinger om geknoopt had. Dat is van Nederland, zei Sophie. Ik knikte. Ook dat is van oranje, het stemt nederig.
De jongen van het ijs in de strandtent droeg het shirt van het EK 2000. Kluivert, stond er op zijn rug. Het deed me terug denken aan de halve finale tegen Italië. Die met al die gemiste strafschoppen. Het was de wedstrijd waarbij Cruyff in de voorbeschouwing zei: De Italianen kunnen niet van je winnen, maar je kunt wel van ze verliezen. Onbegrijpelijk, vonden we, maar na die wedstrijd begreep iedereen hem. Ik keek die wedstrijd in Kriterion. Het was voor het eerst en voor het laatst dat ik een belangrijke wedstrijd niet thuis keek. Na het verlies werden de kunstzinnige types om me heen agressief op een manier die ik van doorsnee voetbalfans niet kende. Het is niet fijn om daar aan terug te denken. Automatisch dienen zich gedachten aan over vanavond, hoe zal de sfeer zijn bij verlies?
Zo moet ik niet denken. Elke gedachte is energie.
Ik wil niets doen wat de overwinning in gevaar brengt.
Kut-octopus.
Is dit wat ze ‘betrokkenheid’ noemen?
De finale begint over vijf uur en tweeëntwintig minuten. Lotte en Sophie spelen in alle rust buiten. Ik heb behoefte aan voorbeschouwingen, denk ik. Inhoudelijke voorbeschouwingen, liefste met Johan Cruyff, maar Jan Mulder mag ook. Youri, al is die niet zo in vorm dit WK. Geef me Van der Gijp en Derksen. Jan van Halst, desnoods. Guus. Maar wil alstublieft iemand die vreselijke blaaskaak van een Piet de Visser terug stoppen in dat gat waar ze hem hebben opgegraven voor dit WK? Met zijn scoutingschriftje waarin staat dat hij elke voetballer op dit WK al voor diens conceptie ontdekt had erbij? En kan dan Hans van Breukelen terug naar Plopsaland? Alstublieft?
Ik wil voorbeschouwingen. Het is me nog onduidelijk waarom, want alles is al gezegd. De touretappe wordt onderbroken door fantasieloze itempjes over mensen die gevraagd wordt hoe ze de finale gaan beleven. Nog maar eens wat beelden van het stadion. Een standupje van Jan Roelfs op het oranjeplein in Johannesburg. Lidwien Gevers doet iets op het Museumplein. Ik kijk er naar, maar het vervreemdt meer dan dat het me in het moment doet komen.
Al die sfeerverslagen, ze helpen me niet. Juist niet. Al die nu al halfdronken naamlozen die er vertrouwen in hebben. Ze staan zo ver van waar ik nu ben. Thuis, met twee meisjes die tekeningen maken en kletsen over vogeltjes. Thuis, waar de buren een partytent opbouwen. Thuis waar het klam en landerig en eindeloos is. Perfecte ingrediënten voor de barbeque van straks. Maar niet voor mijn holle gevoel, de verwachting die een weg zoekt.
Ik weet niet wat ik nodig heb. Misschien alleen maar dat tijd verstrijkt. Zo snel mogelijk. Dat het begint.
Nog vijf uur en een kwartier. Koos Moerenhout is ontsnapt. Die kabbelende stemmen, alsof de tijd stil staat. Ik begin die wielrenhaters te begrijpen. Wat zal Van Persie nu doen? Zal hij ook de tour kijken? Ik hoop het niet. Van de stem van Herbert Dijkstra krijgt hij maar slappe benen. Ik wel in ieder geval.
Zucht.
Vijf uur en tien minuten.
Ik ga nu douchen.
Misschien helpt het.
Geplaatst op 11.07.10
0