De regels van Paul

De tweede helft van de allerlaatste voetbalwedstrijd die ik ooit zou spelen was tien minuten bezig toen scheidsrechter Paul naar me toe kwam.
‘Zou je je niet laten vervangen Ralph,’ zei Paul. ‘Straks loop je nog wat op.’
Ik liet me natuurlijk niet vervangen, maar ik glimlachte om Paul’s bezorgdheid. Paul floot ons nu al zeven jaar en hij had me al vaak uit zien vallen na een overmoedig sprintje diep in de tweede helft.

Zeven jaar geleden begon mijn derde voetballeven. Na het jeugdvoetbal en de vijftien jaar in het eerste, met al dat trainen en elke week minstens één wedstrijd, belandde ik in een vriendenteam. En daarmee belandde ik in het domein van Paul.
Hoe leg ik dat uit?
Paul had zo zijn eigen opvattingen over eerlijk en ‘volgens de regels’. Hij hing meer aan de regels van een goed en vriendelijk leven, dan aan de strikte regels van het voetbalspel. Prachtig, natuurlijk, maar het zorgde door de jaren heen voor de nodige misverstanden.

Ik herinner me die keer dat hij liet doorspelen toen onze spits, volkomen vrij voor het doel van de tegenstander, heel hard van achteren werd geschopt. Penalty, dacht zelfs de tegenstander.
‘Nee hoor,’ zei Paul. ‘Niels had al veel eerder kunnen schieten, maar hij moest nog even dollen. En hij heeft er toch al vier gemaakt.’
Wij boos, en Paul haalde zijn schouders op alsof hij wilde zeggen: je moet niet bij mij zijn.
Ergens vonden we dat hij wel een punt had. Maar echt volgens de voetbalregels was het niet.

Ook herinner ik me een zondag waarop Paul een kwartier voor het einde affloot bij een stand van 3-1. Hij vond dat de wedstrijd wel gespeeld was, pakte de bal in zijn handen en stapte doodgemoedereerd van het veld, tweeëntwintig spelers stonden elkaar achter hem verbaasd aan te kijken. ‘Jullie deden er allemaal weinig meer aan,’ zei hij later in de kantine.
Daar had hij weer een punt.

Voor Paul bestaat de wereld uit aardige, goedwillende mensen. Hij lijkt elke keer oprecht aangedaan als een van die aardige mensen iets onaardigs doet of zegt. En op een voetbalveld doen en zeggen mensen nogal vaak onaardige dingen. En in mijn team al helemaal.
Paul kon daar maar slecht aan wennen.
Veel van ons konden ook maar moeilijk aan Paul wennen. Maar toch redden we het.

Tijdens onze laatste wedstrijd maakte onze spits Marlon een onschuldige overtreding. Niks aan de hand. Toch stuurde Paul hem naar de kant voor een verplichte wissel. Een maatregel die alleen in de jongste jeugdteams nog wel eens wordt toegepast.
‘Eerst riep je dat ze hem aan moesten pakken,’ zei Paul. ‘En toen deed je het ook nog.’
Marlon ging zonder morren wisselen.
Wij vonden dat mooi.
Paul vond het niet meer dan logisch.