Verdediger Glik

Op maandag worstelde ik me koortsig en snotterend door Polen – Slowakije. De oudste zag me liggen tussen mijn berg zakdoekjes, taxeerde de boel en zei: ‘Dus je gaat echt alle wedstrijden kijken?’ Voor iemand met weinig interesse in voetbal was dit gezien het affiche een redelijk accurate vraag. Laat ik het zo zeggen: gisteren dacht ik nog dat er in het leven weinig erger is dan kijken naar een wedstrijd van Oostenrijk. Inmiddels weet ik, van Polen tegen Slowakije knapt een mens ook niet op.

Gelukkig was er verdediger Glik. Verdediger Glik is een Pool met een gezicht dat nog het meest lijkt op een flink stuk varkensvlees. In dat gezicht staat een klein mondje zonder lippen altijd half open. Met verbaasde vissenogen kijkt hij om zich heen naar al die mannen die tegen een bal trappen. Wat doen ze nou allemaal, zie je hem dan denken. Ik zag hem met zijn telgangerspas tussen zijn ploeggenoten dribbelen, en ik dacht: ha, daar heb je verdediger Glik van Monaco. Het is ernstig dat ik zo’n speler bij naam en werkgever ken. Ter geruststelling scrolde ik op vi.nl door de opstellingen. Daar merkte ik tot mijn opluchting dat ik maar twee spelers van Slowakije kende, en naast Verdediger Glik maar drie van Polen.

Ook dat is het EK. Zie eens hoe weinig écht goede spelers er eigenlijk zijn. Dan kijk je tussen het hoesten door zo’n beetje naar zo’n wedstrijd en dan zie je tweeëntwintig grotendeels onbekende spelers die er niet in slagen de bal vaker dan drie keer achter elkaar naar een ploeggenoot te schieten. Een gedachte is dan nooit ver weg: van deze tweeëntwintig spelers zijn er minstens tien miljonair. Op de logische vraag die nu volgt, heb ik hier het antwoord.

Het vermogen van verdediger Glik wordt geschat op zeven miljoen euro.

Ik vind dat een mooi bedrag.

Ik keek de wedstrijd met griep

Ik maakte me zorgen over Nederlands eerste wedstrijd op het EK want ik had griep. Tenminste, dat was mijn eigen diagnose. Mijn oudste dochter (16) had een ander oordeel. Zij vond dat ik me gedroeg als een typische man. ‘Ik ben ook verkouden,’ zei ze. ‘Heb je daar wat van gemerkt?’ Opvoeding geslaagd, dacht ik.

’s Middags keek ik midden in een groeiende berg zakdoekjes eerst de wedstrijd van Engeland en daarna de wedstrijd van Oostenrijk. Er is in het leven weinig erger dan kijken naar een wedstrijd van Oostenrijk. Weinig, behalve griep.

Om half negen begon mijn voorbereiding op de wedstrijd van Nederland. Ik dronk een liter water, vulde de fles nog een keer, nam een paracetamol en een hot coldrex en legde vier pakjes zakdoeken klaar.

We keken met zijn drieën, de oudste dochter, de jongste dochter (14), en ik. De jongste dochter leefde hartstochtelijk mee. Samen zongen we het Wilhelmus. ‘Wat staat de TV hard,’ zei de oudste. ‘Anders hoor ik het niet door mijn griep,’ zei ik. ‘Verkoudheid,’ zei de oudste.

Tegen het einde van de eerste helft ontdekte de jongste dat Nederland van links naar rechts speelde, en niet van rechts naar links. Ze haalde haar schouders op. Toen ik voor de derde keer op de wc zat vanwege die liter water, gilde ze dat Matthijsje een eigen doelpunt had gemaakt. ‘Matthijsje zit op de tribune lieverd,’ riep ik vanaf de WC. ‘Ah wat snoezig,’ was haar antwoord.

Het werd 2-0. Toen 2-2. Toen 3-2. Wij blij. Ik nam nog een paracetamol. De oudste en de jongste gingen slapen. Ik zette de tv wat harder voor de nabeschouwing. Ik hoorde het evengoed slecht. Dat kwam door de griep.

Of de verkoudheid.