Lieve Lotte,
Gisteren zei je iets heel moois. Het raakte me, ook al verbaasde het me niets. Je bent namelijk een wijs meisje, ik wil dat je weet dat ik dat vind. Ik ben natuurlijk je vader, dus wat weet ik er nu precies van, maar toch, een vader mag iets moois in zijn dochter zien, toch? Ik zie van alles. Ik zie je hang naar structuur die je om een doosje doet vragen als de blaadjes van je prinsessenblocnote vallen, zodat je een blaadjesdoosje hebt. Ik zie je drang naar rechtvaardigheid en je wil om goede dingen te doen. Ik zie je zachtheid en je dromen, en ik zie je tomeloze fantasie, waar je op weg zweeft, maar die je soms ook bang maakt, omdat niet iedereen je altijd volgen kan, waarna je het in hapklare alledaagse brokken uiteenzet. En ik zie dus dat je wijs bent.
We zaten in de auto en jij had het met Sophie over de tekst van een liedje. Sophie vond het een heel mooi liedje. Jij niet. Daar hadden jullie een goed gesprek over. Wel mooi – Niet mooi – Wel mooi – Niet mooi – etc. Sophie houdt dat lang vol, jij bent meer van de oplossingen. Dus je koos voor mediation. ‘Vind jij het een mooi liedje, papa?’ Ik heb er grote moeite mee om kinderliedjes als ‘mooi’ of ‘lelijk’ te bestempelen. Kinderliedjes zijn kinderliedjes, mooi of lelijk is geen criterium. ‘Te zoet’ is wel een criterium, ‘irritant’ ook, ’stichtelijk’, ‘vrolijk’, ‘moralistisch’, ‘ouderwets’. Het kan allemaal, maar mooi of lelijk?
Dit liedje was vrolijk. Vrolijk staat op de schaal van mooi tot lelijk dichter bij mooi, dus ik zei tegen jou dat ik het een mooi liedje vond. ‘Oh,’ zei je toen. ‘Als jij het mooi vind, dan vind ik het ook mooi.’ Je moet weten, lieve Lotte, dat je een meisje bent dat het heel graag goed wil doen. Zoals andere kinderen wil je er graag bij horen en ben je alert op elk glimpje afwijzing en wil je dat de baas zijn. Bij jou uit dat zich vaak in voorbeeldig gedrag. Vanochtend, bijvoorbeeld, was ik nog bezig om je zus, die nog in haar onderbroek rond liep en nog geen hap had gegeten onder de bank vandaan te vissen, toen jij me op mijn rug klopte. ‘Zullen we gaan,’ zei je trots. Je had je eten op, je mond schoon geveegd, je kleren aan, en zelfs je jas, en je had je rugtasje op je rug. Dat zijn momenten dat er in mij duizend stadions juichen. En in jou ook, dat zie ik. Maar toch zeg ik: ik hoop niet dat je het voor mij doet. Je bent al goed, je bent bijzonder zoals je bent. En ook je zus, die me tot het uiterste tergt, juist als ik zelf te lang heb getreuzeld en ineens haast heb, is goed zoals ze is. Net zo goed, ondanks de chocoladepasta die ze nu op mijn witte bank smeert.
Maar hoe leg ik dat uit? Uitleggen vind ik sowieso een overschatte bezigheid. Vooral wanneer het gaat over zulke delicate kwesties als identiteit en zelfbeeld. Dus ik zei: ‘dat hoeft niet hoor, Lotte. Jij kunt ‘t stom vinden, en ik mooi, dat kan tegelijk.’ Ik zag je in mijn binnenspiegel even fronsen. Je keek naar buiten en maakte je lippen nat door ze naar binnen te zuigen. ‘Ja,’ zei je toen. ‘Want je mag altijd vinden wat je vindt. Dus ik vind ‘m niet mooi.’
Die verbijsterende eenvoud deed alle stemmen in mijn hoofd even zwijgen. Je hebt het niet zelf bedacht, dat weet ik ook wel, je hebt het van school. Of van mama. Maar ze zeggen zo veel, op school. Daar moet je ook zo veel mee. Wat me deed suizen van trots, was dat je het juist nu zei. En dat je het meende. Dat je dingen snapt die je nog niet kunt uitleggen.
Al die dingen, ze maken het een feest om jouw vader te zijn.
Ik hou van jou,
Je papa.
Debby
10 maanden geleden
Hoi Ralph,
jaren geleden was ik groot fan van je, wel een stille fan overigens.. je hebt toen ook nog wel eens gereageerd op een logje van mij. Ergens onderweg ben ik je kwijt geraakt, maar daar ben je weer. Ik heb het een en ander gemist, maar gelukkig: je kan nog steeds schrijven. Zal je weer opslaan in mijn favorieten!
Do
10 maanden geleden
Ik zoek nog even een minder kazig synoniem voor ‘heul herkenbaar’ en ook een voor ‘prachtig’ en dan kom ik terug.