Amsterdam Centraal

Geplaatst op 15.10.09

3


Het is fris op Amsterdam Centraal. De kou kruipt via de pijpen van mijn spijkerbroek omhoog. De ijzeren spijlen van het bankje drukken kil in mijn dijen. Ik leg mijn hoofd op de leuning achter me en bestudeer de ronde stalen bogen waartussen duiven heen en weer vliegen. Ik doezel langzaam weg, slaap met mijn ogen open. Geen gedachten, alleen aanwezig zijn. Op die manier wil ik mijn chagrijn over een gemiste overstap, een volgende trein met een kwartier vertraging en de kou verdrijven. Ik zit stil en laat me meevoeren door de energie van mijn omgeving. Geen inspanning, alleen ontspanning. Wel mijn ene hand om de tas van mijn laptop en de andere om de tas met cadeautjes voor Sophie. Maar verder niks. ‘Heel meditatief van me,’ denk ik, maar dan bedenk ik me dat mediteren juist niet denken is, of wel, of niet, hoe zit dat nou en voor ik het weet ben ik met mezelf in discussie en verliezen de bogen en de duiven hun magie en zijn het gewoon weer bogen en duiven. Die schijten. Die duiven dan. Dan zak ik weer in elkaar. Er komt een man naast me zitten. Hij trekt zich niks aan van mijn overduidelijk contemplatieve houding en kijkt me lang aan. Ik zit stil en laat het moment passeren. Geen ongemak, ik voel geen ongemak, jubelt het in mij. Dan vraagt hij mij of ik een mop wil vertellen. Ik kijk verbaasd opzij. Het is na tienen op een bankje in een koud Amsterdam Centraal, mensen staren in het niets en duiven kabbelen wat heen en weer op hun ijzeren plateautjes. En een zestiger met een kaal hoofd en olijke ogen vraagt me of ik een mop wil vertellen. Ik schiet in de lach en zeg hem dat dit er niet in zit. Ik ga geen mop vertellen. Hij lacht ook en is niet voor één gat te vangen. Hij draait zich naar me toe en begint: “Jomanda doet een show en zegt tegen iemand in het publiek
” Ik knijp mijn ogen even samen. Als ik inadem ruik ik een vleugje bier in zijn adem. Maar zijn ogen staan helder. De mensen om me heen hebben zich afgewend. Forensen hebben een code. Je bemoeit je niet met elkaar. Als mensen die geen forens zijn zich onder ons wagen en die code niet kennen, wordt er altijd besmuikt en met kromme tenen gereageerd. Medelijden met degene die wordt aangesproken. Maar ik betrap mezelf er nu op dat ik rechtop ga zitten. Ik luister. Niet welwillend, ik wil niet meer welwillend zijn, merk ik, en ook niet meer neerbuigend. Wel aandachtig. Ieder mens heeft een verhaal. Ik schrik van mijn gedachten. Wat is dit? Komt het door dat mediteren? Ik betrap me op een spontane lach na de uiterst flauwe clou en er ontspint zich een gesprek over de woningmarkt, dienstregelingen in Zuid Europa en het geluk dat kleine kinderen heet. Als mijn trein er aan komt sta ik op en bedank ik hem voor het gesprek. Pas als ik de coupĂ© in stap, merk ik dat de kou uit mijn lichaam is verdwenen.

Zegt het voort:
  • email
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Digg
  • Print