Blog

De vrouw met de stijve knietjes

11.03.10 | Reageer

Ik heb de vrouw die bij de Nederlandse Bank werkt al een tijdje niet gezien. Ze is al jaren een vast gezicht in mijn ochtendritueel. Als ik me van de trein naar de metro begeef, komt ze me altijd met stijve knietjes voorbij snellen. Ze rent zoals alleen vrouwen kunnen rennen. Het houdt het midden tussen dribbelen en snelwandelen. Haar gezicht laat een verbetenheid zien die niet past bij haar matige snelheid en dus wel een andere oorsprong zal hebben.

Ik zie haar zenuwachtig mensen voorbij schieten, rennend haar metropas tevoorschijn halen en stijfjes van de trap schokken. Ze vliegt dan langs de gereedstaande metro, glipt langs uitstappers en stapt tenslotte in de derde cabine. Hijgend.

Even later stap ik ook in die coupé. De rennende vrouw blijft bij de deur staan. De rechterdeur, de kant van het perron op station Weesperplein, waar ze er uit moet. Ze is nog altijd licht gespannen, heeft nog die verbeten trek om haar mond en staat licht gebogen, in de starthouding, met de knop van de schuifdeur in haar hand.

Op station Weesperplein schiet ze al door de deuren als ze nog nauwelijks open zijn. Als eerste rent ze de roltrap op en wanneer ik boven kom zie ik nog net haar stijve knietjes boven aan de volgende trap. Het is nog een heel eind rennen, naar de Nederlandse Bank.

Ik heb me wel eens afgevraagd wat haar beweegt. Waarom ze niet een trein eerder neemt. Of dat het dat niet is. Dat ze misschien een fobie heeft voor wegrijdende metro’s, vertrokken liften, achteraan sluiten in een rij. Of weet ze gewoon, na jarenlang forensen: als ik het zo doe, gaat het precies goed?

Routines zijn bedrieglijke dingen. Ze geven je houvast, maar ook het licht knagende gevoel dat alles mis zal gaan als je ze niet volgt. Misschien is in de routine van de rennende vrouw steeds meer van die angst geslopen, net zolang tot er alleen nog maar dat was: zenuwachtig rennen.

In mijn wat meer contemplatieve buien probeer ik me voor te stellen hoe het leven van de rennende vrouw er uit ziet buiten het door strakke regelmaat geharnaste domein van het openbaar vervoer.

Dat is onbegonnen werk.

Vanmorgen ontmoette ik op mijn weg de variant op de rennende vrouw: de rennende man. Hij rende zoals alleen boze mannen kunnen rennen. Met drie treden tegelijk de trap af, doortussenover verontwaardigde andere mensen heen. Tassen en haren en jassen die wild om hem heen fladderden.

Toen hij halverwege de roltrap naar beneden was, sloten de deuren van de metro. De man bleef rennen. De metro kwam knarsend in beweging. De man bleef rennen. De metro maakte vaart. De man bleef rennen. Pas halverwege het perron staakte hij de achtervolging. “Kut!” zei hij.

Dat heb ik de rennende vrouw nog nooit horen zeggen.

Beeld

My office – the rules (2)

11.03.10 | Reageer

printetiquette

Wat ik elders schrijf

Schaamteloze zelfpromotie (18)

10.03.10 | Reageer

Er is iets geks aan de hand met 35. Want ja, inderdaad, lieve lezers van me, ik ben 35 geworden. Tijdens het taart-naast-de-kopieermachine-moment op mijn werk begon een besnorde collega een gesprek over haar dat dunner wordt en de consequenties die dat had. Zo wil hij niet meer van boven gefotografeerd worden. Ik knikte welwillend en krabde eens over mijn kruin.

Verder lezen…

Mijn dochter Sophie is net drie, en als die probeert haar schoenen aan te doen, en haar teen blijft achter het lipje hangen, smijt ze na vijf seconden proberen de laars door de ruimte en plant ze nijdig haar vuisten in haar zij. “Lukte het niet,” vraag ik dan zo neutraal mogelijk. “Die laars deed stom!” is vervolgens haar boze antwoord.

Verder lezen…

Ik ben opgegroeid in de tijd dat een avondje bioscoop nog garant stond voor een heerlijk avondje ongemak met slechte films en kniepijnstoelen. Het zou me niet verbazen als ik mijn huidige nekpijnen heb overgehouden aan de zitplaats in het zijbalkon tijdens een vertoning van “De Boezemvriend”, het onvolprezen meesterwerk van André van Duin. Een avondje film staat voor mij dus nog steeds gelijk aan plakkerige stoelleuningen, en Nederlandse films vol dialogen die het begrip ‘houterig’ naar nieuwe dimensies stuwden. Altijd Rijk de Gooyer. Altijd “Scheer je weg, vlegel!”

Verder lezen…

Vierentachtig procent van de mannen ziet er graag goed uit, las ik vandaag. Goh, denk ik dan. Wereldnieuws. En: stelletje wijven dat jullie daar zijn!

Verder lezen…

Mooie vraag: komen we steeds verder af te staan van ware liefde? Het is maar hoe je kijkt. Godfried Bomans zei het al: Ook deze tijd zal eenmaal de goede oude tijd heten.

Verder lezen…

Mannen praten niet, mannen vertellen anekdotes, en maken daar grappen over en assiocerenderwijs komt dan het volgende en het volgende onderwerp aan bod. Die onderwerpen zijn sport-, bier- of vrouwgerelateerd.

Verder lezen…

Brieven

Brief aan Lotte (2)

08.03.10 | 1 Reactie

Lieve Lotte,

Ik zat vandaag een paar keer met een heel klein en heel breekbaar hoopje mens in mijn armen, een meisje dat ineens haar lip voelde pruilen en haar schouders schokken. Ze weet niet hoe dat komt, ze weet alleen dat het in haar vaart, dat gevoel van onvolkomen zijn, een gevoel in haar lijf dat ze niet begrijpt, maar wat haar dingen laat doen. Zich afwenden, afsluiten, huilen, even alleen. Ik wiegde haar en kuste haar kruin en zei haar dat ze huilen mocht. Ik fluisterde in haar oor dat alles goed is. Dat het goed is, altijd. Het huilen, het verdrietig zijn. Dat papa het snapt. Ze snikte en schudde haar hoofd. Is het moeilijk meisje, vroeg ik en ze knikte. Natuurlijk is het moeilijk, dit zijn de jaren die tellen. Dit meisje staat op de kruising tussen puur en ingehouden. De plek waar iedere kleuter komt te staan, waar iedere kleuter zijn eerste butsen oploopt. Dit meisje moet weten dat het goed is wat ze doet, altijd, ook als de anderen het even niet goed vinden. Als er meer van haar verwacht wordt, mag ze weten dat het niet erg is als het nog even bij het oude blijft. Als ze schaamte voelt, mag ze horen dat ze dapper was omdat ze zei dat ze iets niet durfde. Het geeft niet meisje, alles is goed.

Even vaak zat ik vandaag te luisteren naar de aanstekelijke slappe lach van een blije kleuter. Haar gezicht lichtte op toen ze vanaf haar plekje voor het raam haar vader en zus zag staan. De juf vertelde nog iets, maar ze draaide zich op haar knietjes op het bankje en zwaaide van oor tot oor. Ze huppelde even later blij voor me uit en draaide zich stralend om, de zon in haar ogen, een hand reikte naar mijn hand. Samen huppelen papa. Ze liep naast me in de KARWEI en wees om de drie meter iets aan: is dit het dan? Ze zat met haar nichtje achter in de auto te geiten zoals alleen kleuters geiten. In mijn binnenspiegel zag ik haar het knipogen oefenen. Het lukte, maar vraag niet hoe. Ze lag in bed en herhaalde maar weer eens haar verzoek om me voortaan te scheren voor ik haar naar bed bracht. Veel te prikkelig. Toch wilde ze een kus. En een knuffel. En nog heen.

Toen ik opstond om naar beneden te gaan, kwamen de verhalen. De verhalen en de vragen. Over het kruispunt. Ik luisterde en vertelde haar in haar woorden wat ik wist. Dat ik ook niet precies weet hoe het werkt, maar dat ze moest blijven doen wat in haar op kwam, dat ze verdrietig mocht zijn, en boos, ondeugend en brutaal, en dat dat niet erg was, niet écht. Omdat ze goed is zoals ze is. En dat er mensen zijn die dat zien en van haar zullen houden. Hoe dan ook.

Ja, lieve Lotte. Als ik je dat toch eens kon bijbrengen. Dat zou wat zijn. Ik koester geen illusies, maar prijs me gelukkig. Want al die dingen. Jij leert ze mij.

Bedankt daarvoor.
Papa

Brieven

Tweede brief aan reizende broer L.

05.03.10 | Reageer

Lieve broer,

Ik wil je opnieuw een goede reis wensen. Want er is een nieuwe reis begonnen, toch? Dat kan ik me in ieder geval zo voorstellen, nu je lief weer in Nederland is. Je gaat alleen verder, omdat je drang om de wereld te zien zich nog even niet laat temmen, en jullie relatie bovendien bestand is tegen afstand en tijd. Dus nu zit je alleen in een camper. In de bakoven van de outback. In Australië. En je lief zit hier. In Nederland. Met Skype aan. Het schijnt hier warmer te worden. Een graad of zes toch, op zijn minst.

Dus je gaat een continent door. In je eentje. Ik weet het, als je er bij bent is het anders. Eenzamer vooral. Meer zoeken naar een plek om te slapen, dan naar jezelf. En bovendien, jezelf zoeken is hard werken en rottig afzien op zijn tijd. Maar het klinkt zo romantisch, ondanks de verhalen over miljarden insecten per vierkante meter. Ik zie mezelf ook al jaren zo zitten. In mijn eentje voor mijn camper. Diepe gedachten te hebben over het leven zoals het zou kunnen zijn. Met mijn Moleskine en een pen. En dat ik dan terug kom met een manuscript. Dat daar dan een boek van komt en een film en dat ik dan in elk radio- en TV programma en elk maand- en weekblad mijn kunsten mag vertonen en en… Maar ik dwaal af.

Jij gaat het doen. Niks anders dan jij, je auto en de elementen. Ik zou zelf de Verenigde Staten uitkiezen. Maar och, voor jouw route zou ik ook mijn neus niet ophalen. Laat ik het maar zeggen: je doet waar ieder ander van droomt. Ieder ander die een beetje is zoals jij, tenminste. En dat ben ik. Een beetje. Denk ik. Heeft iets met onze genen te maken.

Dus. Wat ik wil zeggen. Goede reis jongen. Ik reis in gedachten met je mee. Mocht je benieuwd zijn, met mij gaat het goed. Heel goed. In Schagen zit een gelukkig man, die zijn weg wel aan het vinden is. Mijn lief schreef het mooiste cadeau denkbaar voor me, dus ik zweef. En mijn meisjes zijn een verrassing aan het beramen. Dat zit zo. Je hebt waarschijnlijk wel door dat ik je deze brief schrijf op mijn verjaardag? Je weet het wel hè, verjaardagen en ik, da’s geen goed stel. Dus ik ben gewoon gaan werken. En morgen komt overdag de familie op visite. Ik moet straks zelf nog even de slingers ophangen. Lotte vroeg me er een voor haar apart te leggen. “Dan ga ik morgenochtend samen met Sophie naar beneden om je stoel te versieren. Maar dat is dan een verrassing, hoor, papa.”

Nou. Lex. Daar onder je muskietennet. Dat ga ik dus maar doen. Ik wens je een behouden vaart, broertje.

Ralph

Blog

Slaapcirkel

04.03.10 | 2 Reacties

Ik besloot vroeg te gaan slapen. Dat lukt me maar matig de laatste tijd. Waar ik slapen ooit zag als bekroning van een mooie dag, ja, waar slapen ooit zelfs mijn hobby was, stel ik nu het moment dat ik naar bed ga uit. Niet met belangwekkende zaken, nee, dat zou nog een verklaring zijn. Ik stel het moment uit met wat lusteloos gestaar naar de TV. Hier en daar wat geklik op internet. Ik leg wat papieren recht op tafel. Dan zap ik weer wat, en beland ik in de herhaling van DWDD, een aflevering die ik om half acht al heb gezien, maar waar ik toch weer een kwartiertje in blijf hangen. En al die tijd weet ik: eigenlijk zou ik moeten gaan slapen.

Ik ben op zoek naar een verklaring, want ik weet dat het niet goed voor me is. Energie is de basis van al het leven, zei mijn vader altijd, een mens heeft energie nodig om te functioneren. Slapen zorgt voor energie. Ik slaap weinig en heb dus weinig energie. Op internet las ik wat iedereen die te weinig slaapt eigenlijk de hele dag wel voelt: weinig slapen is heel slecht voor je. Het is dat ik van nature vrij stabiel ben, qua psychisch en qua somatisch. Maar ik schrok toch van het lijstje. Weinig slapen vermindert je weerstand, het maakt je labiel en lusteloos, maakt je dof in sociale contacten en is, al met al, een aanslag op je algehele incasseringsvermogen. Je gaat er ook steeds minder door functioneren en over je gevoel ligt een grauwsluier. Daar hoef je verder niets geks voor te doen, gewoon elke dag pas rond één uur gaan slapen, terwijl je wel mee draait in een dagelijks leven met kinderen en werk, dat is genoeg.

Ik neem me nu al dagen voor om op tijd te gaan slapen. Ik zeg het ook tegen mezelf. Ralph, zeg ik dan, morgen gaat de wekker weer heel vroeg, dus vanavond lig je om elf uur in bed. Maar dan is het weer avond en dan doe ik het weer niet.

Soms moet een mens erkennen dat hij zichzelf in de weg zit.

Ik vraag me af. Heeft het te maken met iets onvoltooids? Zit ik te wachten op iets? En is dat dan een wachten op iets groots? Of op een sprankje? Had ik andere dingen willen doen dan ik deed? Waarom deed ik die dingen dan niet? Omdat ik te weinig energie had?

Mensen die er beroepsmatig verstand van hebben zeggen vaak tegen mensen die ergens last van hebben: je zit in een cirkel. Maar waarom zit ik dan in die cirkel? Cruijff zei het al: vaak heeft iets in het leven waarschijnlijk een noodzaak. Wat was mijn noodzaak om in een cirkel te stappen? Die noodzaak ligt vaak niet in de dag van vandaag. Ook niet in die van morgen of gisteren. Die ligt verborgen in een ver verleden, toen het pure kind zijn eerste krassen op de ziel opliep, en een strategie bedacht om de pijn op afstand te houden.

Wat het ook is, het maakt dat ik mezelf in de weg sta bij de meest elementaire bezigheid van allemaal: zorgen voor mezelf. Dus laat ik vanavond maar eens op tijd naar bed gaan.

Blog

Iets belangrijks

03.03.10 | 4 Reacties

Het was half zeven en nog licht toen ik door een stille straat naar het stemlokaal fietste. Ik fietste rechtop. Fier bijna, want ik voel me altijd weer een beetje bijzonder als ik mag stemmen. Dat heeft te maken met mijn vader. Als die vroeger zei, kom Ria, dan gaan we stemmen, en ze liepen gearmd naar het biljartlokaal op de hoek van de straat, het biljartlokaal dat op ons kinderen een magische aantrekkingskracht had, hoe vaak hadden we niet uit de bosjes door de vitrages staan loeren, ja, dan keek ik ze na, in de wetenschap dat ze iets belangrijks gingen doen. Ik heb dat ook bij begrafenissen en avondvergaderingen. Oeh, als mijn vader ’s avonds zijn jas pakte en zei: ik ga vergaderen. Heilig ontzag, want wist ik veel wat dat was, vergaderen. Iets belangrijks voor belangrijke mannen.

Net als stemmen. Onderweg wezen witte borden mij de weg naar de ingang van de school. In het grauwe fietsenhok stond één fiets. Er was een metalen mandje aan het stuur bevestigd. Ik liep de school in en maar uit één lokaal scheen licht. Mijn voetstappen klonken hol. In het stemlokaal zaten drie dames van ruim in de vijftig achter een tafel. Ik leverde mijn kaart en rijbewijs in en kreeg een ouderwets grauw vel papier. In het open hokje lag een rood potlood aan een ketting. Ook de stembus was oud. Het voelde allemaal oud en heel belangrijk.

Na een halve minuut stond ik buiten. Daar was ik weer alleen. De fiets met het mandje stond er nog. De lantaarnpalen schoten aan.

Blog

Lente zonder Mart

02.03.10 | Reageer

Ik heb sport nodig. NU. Ik ben kribbig en mijn neus jeukt. Ik zap en ik loop rondjes door mijn huiskamer. Ik zie drie minuten van ‘Familiediner’ en vijf minuten van de TV makelaar. Ik lees een bladzijde in elk tijdschrift dat ik in mijn handen kan krijgen. Maar. Ik trek het niet meer. Geef me sport. Darts, desnoods. Of Mart, geef me Mart. Zet, als het echt niet anders kan, Ria Visser er naast. Maar. Geef me sport.

Ik dacht al die tijd dat ik ze genegeerd had. De schaatsers en de bobbers. Dat ik er niet over sprak, niet over las. Dat ik niet keek. Maar nu. Nu weet ik beter. Er is nog slechts leegte. Het klopt. Ik kéék niet. Nee, ik vulde mezelf met het drama van Vancouver. Het begon pas laat. Na ‘de wissel’. Maar toen was het ook los. Op het puntje van mijn stoel bij de damescurlingfinale. Fel schreeuwertje, die Canadeze zilverenmedaillewinnaar. Zweethanden bij de 3100 kilometer cross country. Ik bleef zelfs ademen bij de C1000 reclame. Die met die pipo. Ja. Inderdaad. Onmenselijk. Ik zat er in. Hoogtepunt? Posterboy beslist de ijshockeyfinale met een golden goal. Daarna, cold turkey.

Want nu. Het is begonnen. Het eindeloze, het trage, het uitgemolken, het door zesendertig hollywoodschrijvers gescripte aanloopgebeuren naar het WK. Ik weet het, dat moet genegeerd worden. Pas aan het WK denken als Frank Snoecks zegt dat ze aftrappen. Maar ik wacht nu al. Het gaat mijn einde worden. Dus. Geef me sport. Nu.

Ik ben wakker geworden in een nieuwe wereld. Een nieuwe wereld die eigenlijk veel fijner is, maar waar ik maar niet aan kan wennen. Ik loop in de Aldi na een LOTR-marathon. Ik zwem tijdens het bejaardenuurtje in het sportfondsenbad, na drie jaar Hawaii. Maar dan andersom. Ja. Laat ik het zo zeggen. Ik wil weer die snertwinter in. Maar ik zal moeten leven met de lente.

Wat ik elders schrijf

Schaamteloze zelfpromotie (17)

25.02.10 | Reageer

Ik ben een blije eikel. Zo, het is er uit. Ik ben het type man dat je niet kwaad krijgt. Zo’n uitermate vervelend glas-half-vol-type. Afgestudeerd aan de Johan Vlemminx-academie-voor-tragisch-positivisme.

Verder lezen…

Ik vind, en je mag me op dit onderwerp citeren, dat vrouwen vooral aan sport moeten doen, maar dat ze dat lekker voor zichzelf moeten houden. Sporten gaat erover wie de beste is. En het feit is dat een vrouw meestal niet de beste is. Hoe ze ook haar best doet.

Verder lezen…

Er zijn net zoveel foute vrouwen als foute mannen. Foute vrouwen zijn de gezellige vrouwen die onder het mom van een lekker avondje uit en ‘een paar wijntjes te veel’ door de stad zwalken, en die open staan voor alles in mannenkleren dat er een beetje fijn uit ziet.

Verder lezen…

Dat is het bijzondere aan pubers, merk ik sinds ik via M. ben geïntroduceerd in deze beroepsgroep: gemiddeld genomen vertonen ze het energiepeil van een schildpad op valium, maar er zijn van die gelegenheden waarop ze zo snel en efficiënt uit de hoek komen, dat Prem Radhakishun er een trage jongen bij lijkt.

Verder lezen…

Een vriendin van mijn lief is aan het daten. Ze vond een fijne man en heeft laatst de term ‘exclusief’ gedropt in ons leven. Exclusief. Al het goede komt uit Amerika, zullen we maar zeggen. Amerikanen daten volgens strikte codes.

Verder lezen…

Het moet gezegd: ik ben attent. Tot onoverkomelijke gruwel van mijn lief, moet ik er bij zeggen. Die houdt dan misschien niet van voetbal en bier, maar in onze relatie is niets mannelijks haar vreemd. Inclusief handen in het haar wanneer er een jubileum nadert.

Verder lezen…

Mensen die van voetbal houden leven niet in hetzelfde universum als mensen die passie voelen bij het songfestival. Het is als Tatjana en klasse, Pierre Kartner en bescheidenheid, Yolanthe en een IQ: het gaat niet samen.

Verder lezen…

Klagen, ik durf het bijna niet te zeggen, maar dat is dus echt een vrouwenuitvinding. Net als praten, en het analyseren van relationele toestanden. Wat zeg ik, het tot op het bot fileren van relationele toestanden. Gossipgirls heaven!

Verder lezen…

Liefde is iets wat je kunt geven, niet iets wat je kunt ontlenen. Liefde is iets wat je kunt voelen, niet iets wat je moet verdienen, of waar je recht op hebt.

Verder lezen…

In de jaren negentig miste ik geen minuut van al het voetbal dat er op TV te zien was. Niet schrikken, want europees voetbal bestond toen nog gewoon uit een wedstrijd en een paar samenvattingen op woensdagavond, en nationaal waren er samenvattingen op zaterdag- en zondagavond.

Verder lezen…

We moeten het even over Mart Smeets hebben. Mart – ze hebben de olympische spelen speciaal voor mij bedacht – Smeets. Mart maakt me verdrietig. Hij praat zoveel en luistert zo weinig.

Verder lezen…

Blog

Het drama in 140 tekens

23.02.10 | Reageer

Kijk, daar is Twitter dan wel weer heel goed voor. Oneliners. Direct na Het Grote Drama (wat ik, eigenlijk, helemaal niet zo’n drama vond, ik bedoel, heerlijk toch, helden die vallen, daar worden ze episch van. Ik heb ge-no-ten. Vooral van Ria Visser, maar dat terzijde). Twitter dus. Direct na de bocht van Sven, en de bekentenis van Kemkers. Mijn selectie:

bertwagendorp: Ploegachtervolging is alleen maar binnenbaan. Klusje voor Kemkers.
chrisveenman: Kramer pakt wisselbeker.
pauldeleeuw: ‘Verkeerde wissel op het belangrijkste moment van mijn carriere’ Van wie is deze uitspraak? a) Wouter Bos b)sven kramer c) Dick Advocaat?
claudiadebreij: Helemaal verkeerd naar huis gereden. Mijn TomTom deed een Kemkersje
derique: Als ik Kemkers was, zou ik van baan wisselen
dijkshoorn: Vannacht Kemkers aankloppend op de hoteldeur van Kramer. “Sven, zit je binnen?”
Freekjonge: misschien had kemkers kramer moeten wisselen
Freekjonge: de coach riep: die is binnen!
MauxNl: Mart het is maar een spelletje Smeets.
ivovictoria: Ik zit vanaf nu te wachten op Smeets die Sven vraagt wat er door hem heen gaat.
ronaldgiphart: Smeets: “Ook dit is topsport.”

En zo is het maar net.

« Vorige berichten