27.01.12
Ik liep voor Hinke de foyer van de bioscoop binnen. We waren laat. Rechts langs de muur zaten mensen op lange banken. Ze dronken muntthee uit grote glazen. Links stond een rij voor het kleine kassahokje. Ik had al kaartjes en liep gedachteloos door naar de filmzalen, de brede trap af naar beneden.
‘Eh, WC?’ zei iemand achter me.
Ik draaide me om. Boven aan de trap stond een man tegen de muur.
Hinke stond naast hem: ‘Jij wilt zeker de kaartjes zien?’
Hij knikte. Ik liep naar hem toe en zocht naar de kaartjes.
‘Je stond ook zo verdekt opgesteld,’ zei ik, vooral om maar iets te zeggen.
De man haalde diep adem en rechtte zijn rug. Hij zocht naar woorden.
‘Ja, ontzettend verdekt,’ zei Hinke tegen mij. ‘Direct naast de ingang, dat verwacht je niet.’
De man keek haar dankbaar aan. Soms verdenk ik Hinke ervan dat ze het liefst het ongemak van elke passant weg zou nemen als ze daar de tijd en de woorden voor zou hebben.
‘Ja,’ zei de man en hij haalde adem en wilde mij ook iets toevoegen. Hij keek naar Hinke en naar de grond en hapte nog een keer naar adem.
Ik wilde hem helpen. Ik wist niet hoe.
‘Nee, nee, het is meer…’ zei ik en ik wees op zijn grijze shirt en ik slikte mijn woorden in. Ik vermoedde dat ik niet de eerste was die hem over het hoofd zag, hier bij de trap, of waar dan ook.
Hinke vermoedde dat misschien ook wel en ze zei: ‘Ja ja ja, geef hem die kaartjes nou maar.’ En dat deed ik.
De man keek haar weer dankbaar aan.
En ik ook.
We liepen van de kleedkamer naar het veld. In het halletje klonken onze noppen helder. Buiten overstemde de wind elk geluid. We mochten op het hoofdveld. Een paar teamgenoten aarzelden, ze keken naar het bijveld, verderop, achter de kale bomen. Ik stapte over het hek. Ik ben graag als eerste op het veld.
Ik rende naar de overkant. De klei plakte aan mijn noppen. Toen ik bij de zijlijn was, draaide ik me om. Ik kreeg de wind recht in mijn gezicht en rende wat harder. Later die dag vroeg mijn lief of ik steeds mijn haar uit mijn…
Ik parkeerde in de Helmersstraat en hielp Lotte en Sophie uit de auto.
Ik keek de straat in, maar ik zag haar nog niet.
‘Is dit land Amsterdam, pap?’ vroeg Sophie. Lotte moest lachen. Sophie keek omhoog naar de statige herenhuizen. ‘Mooi!’ zei ze. Een auto toeterde. Ik stak m’n hand op naar de bestuurder en wenkte Sophie naar de stoep.
Lotte gaf me een slordige stapel speelkaarten en een doosje. ‘Ik krijg ze er niet in,’ zei ze.
Hoofdschuddend probeerde ik de kaarten te ordenen.
‘Woont ze daar?’ vroeg Lotte en ze wees de…
Ik zag de plakbandhouder op het aanrecht staan en hoorde de echo van Sophie’s stem: ‘Pap, de plakband past niet in de kast.’ En ik had geantwoord: ‘Zet maar op het aanrecht lieverd.’ Ik pakte de houder op en zette ‘m in de kast. Ik deed alle lampen uit en drukte de CV naar 16 graden. Boven trok ik de dekbedden van Lotte en Sophie recht. Op Lotte’s bed lag een extra deken. ‘Pap, ik heb het koud,’ echode het. En toen ik naar beneden liep om een dekentje te halen, had ze geroepen: ‘De witte, pap.’
Ik maak…
Schrijfcoach C. daagde me uit om mee te doen met nanowrimo. Bij nanowrimo is het de bedoeling dat de deelnemer in één maand vijftigduizend woorden schrijft. In een café in Amsterdam Oost legde schrijfcoach C. mij en drie andere pupillen uit hoe dat aan te pakken. Haar belangrijkste boodschap: de kritische stem in je hoofd moet dood.
Ik vond dat een opgave die breder toepasbaar was dan in de schrijverij.
‘Ik ga alleen over schrijven,’ zei schrijfcoach C. ‘De rest zoek je zelf maar uit.’
Ik ging aan de slag.
Als een boekhouder werkte ik…
Lieve pap,
Ik denk niet meer elke dag aan je. Ik hoop niet dat je dat erg vindt. Ik heb wel een troost voor je: je bent in goed gezelschap. Ik denk ook niet elke dag aan mama, of aan Christa of Lex. Er is zelfs wel eens een dag waarop ik niet uitgebreid stil sta bij de dingen in het leven van mijn dochters. Toch hou ik van ze. Net als van jou.
Je bent nu zeven jaren weg maar je weet volgens mij nog wel hoe de dingen langs me heen kunnen bewegen. Dat het leven zich om…
‘Ben je verdrietig,’ vroeg iemand en ik zei van niet. Ik zei dat het op zich wel goed ging. Mensen vinden dat een fijn antwoord. Of misschien vind ik het zelf wel een fijn antwoord. Ik heb besloten om voortaan minder over dat soort dingen na te denken, maar dat lukt nog niet zo goed.
‘Je zult merken dat je er beter in wordt,’ zei iemand die zich niet liet foppen. Ik vroeg wat ze bedoelde en ze zei dat ze het afscheid bedoelde. Ze zei: ‘Het verdriet vlakt uit’ en ik geloofde haar niet.
Ik probeerde om mijn…
24.01.12
0